Nog geen duidelijkheid over sperperiode

De Belgische rechter (in Dendermonde) moet uitmaken of het verbod op de aankondiging van prijsverminderingen tijdens de sperperiode dient om de consument te beschermen. Is dat het geval, dan is het algemeen verbod in strijd

met de Europese regels over oneerlijke handelspraktijken. Dat heeft het Europese Hof van Justitie vandaag bepaald in de zaak tegen Wamo, de exploitant van kledingketen ZEB. Luc van Mol, CEO van de keten: “Liever 100 procent duidelijkheid.”

Nog geen duidelijkheid over sperperiodeZEB kreeg in 2009 een dwangsom opgelegd omdat het tijdens de sperperiode al kortingen voor klanten had aangekondigd, wat volgens de rechtbank in strijd was met de wetgeving op de koopjes. In de periode voorafgaand aan de start van de koopjesperiodes in januari en juli mogen handelaars (in kleding, schoenen en/of lederwaren) geen prijsverminderingen aankondigen of suggereren. ZEB argumenteerde echter dat de hele regeling rond de sperperiode in strijd is met de Europese richtlijn over oneerlijke handelspraktijken. De rechtbank in Dendermonde vroeg het Europese Hof daarom om advies.

Het Hof zegt nu alleen dat wanneer de sperperiode dient om de consument te beschermen de sperperiode niet wettig is. Daarentegen, indien de sperperiode dient om oneerlijke concurrentie tussen de marktspelers te vermijden dan is er geen probleem en kan de sperperiode blijven bestaan.

Mode Unie en Unizo hebben altijd de noodzaak van de sperperiode benadrukt precies om oneerlijke concurrentie tussen handelaars tegen te gaan. Die stelling werd ook overgenomen door de Belgische regering in haar eerder antwoord aan de Europese Commissie en werd in een recent arrest van het Hof van Cassatie in een zaak tussen Unizo en INNO bevestigd, staat in een verklaring van de organisaties. Unizo en Mode Unie noemen de beschikking van het Hof positief als extra onderbouw in de verdediging van de sperperiode.

Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) betreurt dat het Europees Hof van Justitie geen eenduidig standpunt heeft ingenomen: “Na jaren van onzekerheid smeken handelaars om duidelijkheid. NSZ kan alleen maar hopen dat de rechter het standpunt van de regering volgt.”

Luc van Mol, CEO van modeketen ZEB, is ook minder blij met de uitspraak. Hij laat weten liever 100 procent duidelijkheid te hebben. Volgens Van Mol wordt nu ruimte gelaten voor interpretatie en blijft er rechtsonzekerheid.
 

Meer nieuws

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN