Gemeentemuseum brengt kleding tot leven

Met de tentoonstelling 'De ideale man' rekent het gemeentemuseum van Den Haag, definitief af met het vooroordeel dat mannenkleding saai is. Wie het gemeentemuseum betreedt ziet bontgekleurde achttiende-eeuwse kostuums, een authentieke outfits uit de twintigste eeuw en spectaculaire

topstukken van ontwerpers als Jean-Paul Gaultier, Vivienne Westwood, John Galliano, Bernhard Willhelm en Walter van Beirendonck.

Slim gedaan. Bijvoorbeeld omdat het vooroordeel over het saaiheidsgehalte van mannenmode inmiddels al aan het afbrokkelen is. Herenmode staat namelijk -met een recordaantal ontwerpers die afstuderen met herencollecties, succesvolle Nederlandse ontwerpers in de internationale herenmodescene en een toegenomen aandacht van heren voor mode- in de aandacht alsof het vooroordeel nooit bestaan heeft.

En dat is nog niet alles, want de inrichting van de tentoonstelling was in handen van Maarten Spruyt. Dat is dezelfde art director die eerder de inrichting verzorgde van modetentoonstelling Haagse Hofmode en die daarmee een meester is gebleken in het toegankelijk maken van mode voor een groot publiek.

De tentoonstelling begint weliswaar wat statisch met stukken uit de najaarscollectie van Martin Margiela, Lanvin (waar Lucas Ossendrijver hoodontwerper is) en Maikel Bongearts, maar al gauw brengt Spruyt de kleding tot leven door ze 'aan te kleden' middels een gedetailleerde, sprekende achtergrond en opstelling. Zo kwamen de militaire kostuums terecht op houten stellages, en waren koppen van paspoppen vervangen door respectievelijk alienhoofden bij futuristische kledij of oude klokken bij maritieme stukken. En de collecties van Jean-Paul Gaultier, Vivienne Westwood, Bernhard Willhelm, Walter van Beirendonck en John Galliano die te zien zijn, werden vastgelegd op spectaculaire foto's van fotograaf Oof Verschuren.

Gemeentemuseum brengt kleding tot levenDankzij de honderdvijftig stukken en hun toegankelijke opstelling wordt er al spoedig enige kennis aan de man gebracht. Zo blijkt al snel dat kledingstukken voor heren net zo goed als dameskleding gebruikt werden als manier om het lichaam te vervolmaken. Dat is niet alleen af te leiden uit de oude militaire kostuums, zoals de jongenswambuis van groene zijde die een geprononceerde borstpartij suggereerde, maar ook door minder subtiele moderne stukken: kijk bijvoorbeeld naar het opblaasbare jasje van Walter van Beirendonck, het mannencorset van Jean Paul Gaultier, of diens trui voorzien van voorgevormde buik- en borstspiermassa.

Een tweede is dat mannenmode net als vrouwenmode wordt bepaald door trends. Steeds terugkerende inspiratiebronnen daarvoor zijn bijvoorbeeld de sport, het leger, dandy's en rebellie

Niet alle belangrijke ontwerpers in de herenmode zijn vertegenwoordigd, maar het museum heeft wel degelijk de hand weten te leggen op kledingstukken die de moeite waard zijn. Denk aan de twee wollen Cifonellipakken die de Franse oud-president Mitterand droeg tijdens zijn ambtsperiode en dat het gemeentemuseum eerder dit jaar op de kop wist te tikken bij een veiling in Parijs. Of de camouflagebroek die werd gedragen door Pim Fortuyn.

Met dat soort stukken is 'De ideale man' een modetentoonstelling die niet alleen een beeld geeft van de ontwikkeling van couture door de eeuwen heen, maar tegelijkertijd laat zien hoe dat vertaald is naar de mode die daadwerkelijk gedragen werd. Het mooiste voorbeeld daarvan is een outfit die het gemeentemuseum in de vorige eeuw kocht van de punker Ger de Kok, gewoon op straat: een gescheurde spijkerbroek en een leren jack, beide ondergeklad met woedende letters en opstandige oneliners als 'No work, no joke', 'Fight fascism' en 'Nog heel even en ik kom in opstand'. De tentoonstelling is nog te bezoeken tot en met 26 oktober in het gemeentemuseum in Den Haag.


 

Meer nieuws

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN