Wat de Fashion Farm mij leert
bezig met laden...
Wat begon als een persoonlijk onderzoek, groeide uit tot een plek waar we samen onderzoeken hoe mode opnieuw verbonden kan raken met haar oorsprong. De Fashion Farm in Welsum werpt de fundamentele vraag op: wat gebeurt er als we mode weer verbinden met de bron van textiel?
In 2023 verhuisde ik van Rotterdam naar een boerderij in Overijssel. Niet omdat ik boerin wilde worden, maar omdat ik wilde onderzoeken wat er gebeurt wanneer je de afstand tussen mode en de natuur kleiner maakt. Dat onderzoek kreeg een naam en een plek op 1,1 hectare grond in Welsum: de Fashion Farm.
Natuurlijke vezels en plantpigmenten
Wanneer je op de Fashion Farm rondloopt, zie je geen traditionele modeketen. Je ziet vlas groeien in het veld. Wede tussen de groenten in de moestuin. Schapenwol wordt gesorteerd en verwerkt. Je ziet kleur ontstaan uit walnoten. Mensen uit de lokale omgeving steken zij aan zij met mensen uit mijn modenetwerk de handen uit de mouwen tijdens de "Vrijwilligers Vrijdag". Je ziet de weefexperimenten van de eerste vlasoogst. Hier begint een kledingstuk niet met een ontwerptekening, maar met een zaadje.
In het voorjaar zaaien we vlas op de Fashion Farm. Een van de oudste textielgewassen van Europa. Maanden later wordt het geoogst, geroot, verwerkt en uiteindelijk gesponnen tot draad. Een proces dat ons laat zien hoeveel kennis, tijd en aandacht er schuilgaat achter iets ogenschijnlijk eenvoudigs als linnen stof. Ik ben inmiddels sinds april 2024 onderweg naar een linnen kledingstuk van eigen bodem, een les in vertragen. Gelukkig vieren we iedere stap, zoals het eerste Welsums linnen draad verwerkt in ons Lin jasje.
Op een andere plek op het erf groeit wede. Een historische verfplant die eeuwenlang werd gebruikt om textiel blauw te kleuren. De bladeren worden geoogst en verwerkt tot natuurlijk pigment. Wat begint als een groene plant, eindigt uiteindelijk als een diepblauwe kleur in een kledingstuk. Dit zie je terug in het magische kleurverloop van onze Gertrude trui. De trui, vernoemd naar mijn lievelingskip, vertelt het verhaal van lokale wol, verfplanten en samenwerkingen. Ze werpt de vraag op welke waarde we daaraan toekennen. Trui Gertrude is in 2024 aan een rondgang begonnen langs mode expo, kledingbibliotheek, radio en tv. Vanaf 22 oktober aanstaande raakt ze de harten van bezoekers van het Zuiderzeemuseum (de tentoonstelling loopt tien maanden, red.). Ook de grote walnotenboom op de Fashion Farm brengt kleur, daarmee verfden we onze Rona spencer.
De tekst gaat verder onder de foto's
Het gebouw
Ontwerpen met liefde voor de natuur trokken we door naar de verbouwing van de voormalige kuikenschuur (400m2) op het erf. Deze doet dienst als ontwerpstudio, werkplaats en kenniscentrum voor lokaal textiel. De verbouwing laat zien dat vakmanschap, esthetiek en verantwoordelijkheid vakgebieden overstijgen en elkaar versterken. Samen met Architectenbureau la-di-da, bouwbiologisch aannemer Dijkhuis, verschillende experts en een bevlogen groep vrijwilligers is een gebouw gerealiseerd dat volledig bestaat uit natuurlijke en gerecyclede materialen. Van schelpen en cellulose als isolatie tot een gevel van hennepvezelplaten en een unieke stamplemen vloer.
Stampleem
Een vloer van leem lijkt een logische keuze: aards, duurzaam en natuurlijk. Maar een oppervlakte van 400 m² was in Europa nog nooit gerealiseerd. Er ligt bijna vijftigduizend kilo leem in het gebouw: een natuurlijk materiaal op basis van klei en zand, dat laag voor laag werd opgebouwd, verdicht en geëgaliseerd. De Italiaanse leemexpert Tomasso Venturini heeft het proces begeleid en deelde zijn kennis en ervaring met architectuurstudenten en vrijwilligers. Op hun beurt waren al deze mensen onmisbaar om het materiaal letterlijk en figuurlijk met vereende krachten goed op zijn plek te krijgen. Samen hebben zij het fundament voor een regeneratieve toekomst helpen leggen. Zo bouwen we gezamenlijk aan het verhaal van een nieuw modesysteem. Stap voor stap voor stap.
Makerschap weer terugbrengen naar Nederland
Wat al deze experimenten gemeen hebben, is dat ze het Nederlandse makerschap zichtbaar maken. Ze laten zien hoeveel stappen er bestaan tussen grondstof en garderobe. Hoeveel vakmanschap er nodig is. Hoeveel kennis. Hoeveel samenwerking. Want de Fashion Farm draait niet alleen om materialen. Ze draait ook om mensen. Mensen die ieder hun eigen kennis meebrengen en samen onderzoeken hoe een andere manier van produceren eruit kan zien.
De kunst van vragen stellen
De Fashion Farm is geen plek waar we doen alsof we alle antwoorden al hebben gevonden. Het is een plek waar we vragen stellen. En waar we leren. Hoe lokaal kan een kledingstuk worden? Welke grondstoffen kunnen op Nederlandse bodem groeien? Hoe herstellen we kennis die grotendeels verloren is gegaan? En hoe ziet mode eruit wanneer zij weer onderdeel wordt van een levend ecosysteem?
Via workshops, masterclasses en rondleidingen maken we zichtbaar wat er normaal achter de schermen gebeurt. We delen kennis over lokale vezels, natuurlijke kleurstoffen, ambacht en regeneratief makerschap en nodigen anderen uit om opnieuw verbinding te maken met wat zij dragen.
De Fashion Farm is daarmee niet alleen een boerderij, ontwerpstudio of kenniscentrum. Het is een levend onderzoek naar hoe mode eruit ziet als je haar weer onderdeel maakt van het leven zelf.
Joline