Van zeemeerminnen en sportieve nomaden: de SS27-trends uit Tokio
Tijdens de Tokyo Fashion Week, die afgelopen weekend eindigde, toonden ontwerpers en merken opnieuw hun vakmanschap en oog voor detail. Ze doken op uit de diepten van de zee en overtuigden met echte statement-items, traditie en individualisme. Vijf trends sprongen eruit.
Traditie ontmoet moderniteit
Onder de titel ‘Threads of Dreams’ organiseerde het Filipijnse merk Bench/ een gezamenlijke show ter ere van het 70-jarig jubileum van de diplomatieke betrekkingen tussen de Filipijnen en Japan, aldus de show notes. De drie ontwerpers Rhett Eala, Jaggy Glarino en Joey Samson presenteerden hun collecties en maakten tegelijkertijd hun debuut in Japan. Eala baseerde zich op de herinneringen van zijn moeder aan een reis naar Japan en verbond beide culturen via textiel in de stijl van antieke kimono's. Samson koos voor traditioneel Japanse parasols en kimono's geïnspireerde jurken.
Glarino keek naar het culturele erfgoed van het eiland Mindanao. Hij vertaalde inheemse Filipijnse kleding en traditioneel vakmanschap naar een hedendaagse designtaal. Hij herinterpreteerde de Solihiya-vlechttechniek – een Filipijns ruitpatroon van rotan – en andere traditionele technieken in architecturale silhouetten en sculpturale vormen.
Ondertussen combineerde het Japanse herenmodemerk Yoshiokubo in de collectie ‘Natural Born Nomads’ invloeden uit Mongolië met moderne outerwear en hardloopkleding. Florale ornamenten en koorddetails, deels afkomstig van snelsluitingen, waren te zien op korte hardloopshorts, hardloopvesten en diverse jassen en mantels.
Onderwaterwereld
Het Japanse merk Yushokobayashi toonde de collectie ‘Mermaid’s Tears’ (tranen van een zeemeermin). De catwalk was, volgens de show notes, versierd met zeewier, afbrokkelende paleiszuilen en luchtbellen, als verwijzing naar de leefomgeving van de zeemeermin. Er waren glanzende paillettenjurken die aan schubben deden denken en net-items met grove mazen, gelaagd met verschillende materialen zoals kant. Daarbij kwamen passende accessoires zoals een gebreide octopustas en een driedimensionale ankerriem met eenvoudige tekeningen.
Na 40 jaar geschiedenis in Taiwan dook Charinyeh in Tokio in nieuwe wateren. Het was de eerste show van het merk in de Japanse hoofdstad. Volgens eigen zeggen is het label verkrijgbaar bij meer dan twintig verkooppunten op de thuismarkt. Creatief directeur Yeh Cha-Rin bracht de onderwaterwereld van eigen land en de bijbehorende flora en fauna mee. Koraal verscheen in de vorm van rokken met golvende linten en draperieën op jurken. Kleurverlopen op verschillende items symboliseerden de verbinding tussen zee, strand en de plantenwereld. Borduurwerk van octopussen en prints met dolfijnen en kwallen maakten het beeld compleet.
Megmiura Wardrobe, voor het eerst sinds herfst/winter 2023 weer op de officiële kalender van de modeweek, toonde de collectie ‘Post New Wave’. Deze collectie ontstond uit het enthousiasme van ontwerpster Meg Miura voor David Byrne van de band Talking Heads. Zijn muziek en zijn omgang met beweging waren bepalend. In plaats van de gebruikelijke uniformelementen van het Japanse merk stond nu visserijkleding centraal. Maritieme motieven zoals Bretonse shirts en matrozenpetten waren een rode draad in de looks.
Transparant en vloeiend
Charinyeh gebruikte voor de op de zee geïnspireerde collectie ook transparante en vloeiende stoffen. Door de gelaagdheid kwamen onderliggende patronen tevoorschijn, als een vis in de diepten van de oceaan.
Deze lichtheid was niet alleen in de onderwaterwereld te zien. Ook het in Tokio en New York gevestigde label Anna Choi en het Japanse damesmodemerk Eitaro, dat pas een jaar geleden zijn eerste collectie presenteerde, maakten gebruik van het samenspel van transparante en vloeiende stoffen. Opvallend is dat alle drie de merken kozen voor wijde silhouetten, die werden geaccentueerd door onderliggende elementen of omhuld door lagen. Gelaagdheid speelde een centrale rol. Qua kleur waren ze het minder eens. Het palet varieerde van een zwarte, enkellange jurk tot diverse kleurverlopen die per item verschilden.
Powersuits
Perry Jones, Keisukeyoshida en Fetico toonden een duidelijkere lijn met hun powersuits, die zich vooral in de details onderscheidden. Alle waren zwart, hadden brede schouders en werden gecombineerd met hoge hakken. Perry Jones, het label van de gelijknamige Amerikaanse ontwerper, koos voor een zwarte blazer met contrasterende witte revers en een gouden sierknoop. Bij de styling werd geen blouse gebruikt, wat resulteerde in een diep decolleté.
De Japanse merken Keisukeyoshida en Fetico kozen, geïnspireerd op de jaren zeventig, voor blouses met lange, puntige kragen, maar lieten ook een paar knopen open. De twee verschilden voornamelijk in de snit van het jasje. Keisukeyoshida koos voor een wijd, boxy model, terwijl het pak van Fetico getailleerd was, maar met een wijdere broek.
Gedeconstrueerd en vermenigvuldigd
Kragen speelden ook een centrale rol bij het Japanse uniseksmerk RequaL en het Japanse label Mitsuru Okazaki. Beide merken vermenigvuldigden de kragen of verplaatsten ze zelfs. RequaL droeg een overhemd met meerdere kragen die over de schouders liepen en zo de sleutelbeenderen blootlegden. Daarbij werden meerdere dassen gedragen. Mitsuru Okazaki rangschikte ze daarentegen in een cirkel als centraal designelement en liet de kraag bij de halslijn weg.
Seivson uit Taiwan leek een plissé-item uit elkaar te hebben gehaald. De onderdelen werden samen met kant en korsetelementen geschikt tot een asymmetrische manteljurk.