Rechtspraak: Verward in de kledingwinkel

Binnen de kledingindustrie is de waarde van het merk erg belangrijk. Om andere merken van de markt te kunnen weren die te dicht in de buurt komen van jouw merk, moet er in de meeste gevallen sprake zijn van ‘verwarringsgevaar’. Het Gerechtshof van de Europese Unie (GEU) heeft recent een aantal arresten gewezen in procedures tussen modemerken, waarbij specifieke uitspraken zijn gedaan over verwarringsgevaar in de kledingindustrie. Wat houdt het begrip verwarringsgevaar nu in en wat heeft het GEU opgemerkt over verwarringsgevaar in de mode?

Verwarringsgevaar

Wanneer een nieuw merk gelijk is aan of overeenstemt met een ouder merk en wordt ingeschreven voor gelijke of overeenstemmende producten, moet voor de geldigheid van dat nieuwe merk worden beoordeeld of er sprake is van verwarringsgevaar. Voor verwarringsgevaar hoeft niet altijd te worden aangetoond dat de consument zich daadwerkelijk vergist in de herkomst van een product. Voldoende is dat op grond van de omstandigheden van het geval, het gevaar bestaat dat het publiek de producten niet uit elkaar kan houden, of dat het publiek zou kunnen menen dat de producten van commercieel verbonden ondernemingen afkomstig zijn. Daarbij telt het aandachtsniveau van de consument mee: wie een hoger aandachtsniveau heeft let beter op, en zal dus minder snel verward zijn.

Wat zijn nu de aandachtspunten voor de vraag of er sprake is van verwarringsgevaar in de modeindustrie? Met drie voorbeelden van recente rechtspraak licht ik dat toe.

Rechtspraak: Verward in de kledingwinkel

Calida / Dadida

Het ondergoedmerk ‘Calida’ kwam op tegen het nieuwere merk ‘Dadida’, voor onder andere kinderkleding. Het GEU kwam tot het oordeel dat er geen sprake was van verwarringsgevaar. Volgens het GEU verschilden de merken in visueel opzicht van elkaar, en juist visuele verschillen kunnen bij kledingmerken meer gewicht in de schaal leggen. De klant kiest de producten in kledingwinkels namelijk doorgaans zelf. Daarbij heeft hij de kleding in zijn handen en zal zijn keuze, al dan niet geholpen door een medewerker van de kledingwinkel, gebaseerd zijn op visuele aspecten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld branches waar producten doorgaans telefonisch worden besteld). Wanneer moet worden beoordeeld of er sprake is van verwarringsgevaar in de modebranche, zullen visuele verschillen daarom sneller leiden tot de conclusie dat er geen verwarringsgevaar bestaan en het nieuwe merk dus geldig is.

Athé / Atheist

Designer Vanessa Bruno diende op grond van haar oudere merk ‘ATHÉ’ een oppositie in tegen de inschrijving van het merk ‘ATHEIST’ door ontwerper David Bonney. In dit geval werd verwarringsgevaar wel aangenomen. Nadat het GEU had vastgesteld dat het eerste gedeelte van het nieuwere merk – waar volgens het GEU de aandacht van de consument voornamelijk op is gericht – geheel overeenkomt met het oudere merk, merkte het GEU op dat dit vooral in de kledingindustrie kan leiden tot verwarringsgevaar. Het GEU erkent namelijk dat het in de mode geregeld voorkomt dat kledingmerken hun verschillende collecties of productlijnen aanmerken met sub brands. Zeker wanneer een nieuw merk op dezelfde manier begint als een ouder merk, kan het publiek daarom (onterecht) menen dat het product in kwestie niet van een nieuw merk komt, maar een onderdeel is van een nieuwe lijn van een ouder merk.

Rechtspraak: Verward in de kledingwinkel

She / Cushe

Ook in de kwestie tussen het oudere merk ‘SHE’ en nieuwere merk ‘CUSHE’ van Wolverine werd verwarringsgevaar aangenomen. Ondanks dat Wolverine had aangevoerd dat het publiek bij het kopen van kleding of schoenen oplettender zou zijn en er dus minder snel sprake zou zijn van verwarringsgevaar, ging het GEU daar niet in mee. Het GEU overwoog dat de kledingindustrie producten bevat met zeer uiteenlopende prijzen en kwaliteiten. In de onderhavige kwestie ging het om alledaagse kledingproducten, niet om uitzonderlijk dure kleding. Hoewel het GEU erkende dat in dat laatste geval het aandachtsniveau hoger zou kunnen zijn, was dit bij de kleding in deze procedure niet het geval. Bovendien werden de producten in deze zaak via dezelfde distributiekanalen en sale outlets verkocht. Genoeg redenen voor verwarringsgevaar, aldus het GEU.

Conclusie

Wat kunnen we leren van bovenstaande aandachtspunten bij de beoordeling van verwarringsgevaar in de modebranche? Of sprake is verwarringsgevaar is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Enerzijds geeft het GEU aan dat de consument minder snel verward is omdat hij de producten in zijn handen zal hebben of ze visueel vergelijkt voor hij ze koopt. Anderzijds bestaat volgens het GEU het gevaar dat een nieuw merk, dat veel lijkt op een ouder merk, al gauw door de consument zal worden opgevat als een sub brand van dat oudere merk. Slechts bij hele dure en / of eenmalige aankopen zou sprake kunnen zijn een hoger aandachtsniveau, als gevolg waarvan verwarring minder snel te duchten is.

Beeld: Facebook Vanessa Bruno en Wolverine

Esther Schnepper is advocaat bij Köster Advocaten in Haarlem. Regelmatig behandelt zij hier actuele juridische kwesties. Advocatenindemode.nl

 

Meer nieuws

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN