Hoe tienduizend meter handgesponnen vlasdraad nog geen kledingstuk opbrengt
bezig met laden...
Sommige ontwerpen vertellen niet alleen een verhaal door wat ze zijn, maar vooral door wat eraan voorafging. Het Lin jasje is daar voor mij misschien wel het meest tastbare voorbeeld van. Wat ooit begon als een limited edition ontwerp van biologisch geteeld linnen van The Linen Project, groeide uit tot een kledingstuk dat inmiddels meerdere lagen van betekenis draagt.
De eerste oplage - geïntroduceerd in 2023 als een ode aan lokaal linnen, vakmanschap en tijdloos ontwerp - vond snel haar weg naar vrouwen die niet alleen een jas kochten, maar een verhaal wilden dragen. Het jasje raakte uitverkocht. Maar ik sta mijzelf toe een goed doordacht ontwerp terug te laten keren. Dus keerde Lin in het voorjaar van 2026 terug. Opnieuw in beperkte oplage, opnieuw geworteld in dezelfde herkenbare signatuur, maar dit keer verrijkt met iets wat op papier bijna onmogelijk leek: handborduurwerk van vlasdraad, afkomstig van de allereerste vlasoogst op onze Fashion Farm in Welsum.
Daarmee krijgt Lin niet alleen een herintroductie, maar een diepere gelaagdheid.
Want waar het oorspronkelijke ontwerp al een ode was aan linnen van Nederlandse bodem, verbindt deze nieuwe versie twee bronnen in één jas: het biologisch geteelde linnen van The Linen Project én het eerste handgesponnen vlasdraad van ons eigen land, zorgvuldig verwerkt in subtiel borduurwerk op de schouders.
Tekst loopt verder na de afbeelding.
Die toevoeging maakt het ontwerp kostbaar. Niet alleen vanwege het materiaal, maar vanwege de tijd. In 2024 zaaiden we op de Fashion Farm voor het eerst vlas. Sindsdien bracht het land ons lessen in geduld. We hebben na twee jaar inmiddels meer dan 10.000 meter handgesponnen draad van ons eigen Welsumse vlas. Een mijlpaal die even hoopvol als confronterend was, want hoewel er draad is, zijn er nog altijd geen strekkende meters stof. Waarschijnlijk is 10.000 meter draad net genoeg voor 1,5 meter stof, oftewel één kledingstuk.
Zou al die arbeid worden doorberekend, dan zou Lin veranderen in een vrijwel onbetaalbaar couturestuk. Juist daarom schuilt er in deze herintroductie ook een bewust statement: het maakt zichtbaar hoeveel waarde er normaal gesproken verborgen blijft in de totstandkoming van textiel.
Tekst loopt verder na de afbeelding.
Voor het borduurwerk van ons handgesponnen vlasdraad werkten we samen met Martine van Het Borduurburo, borduurontwerper met meer dan 25 jaar ervaring in specialistische technieken. Voor Martine voelde deze samenwerking naar eigen zeggen als een ontmoeting tussen verleden en toekomst. Opgegroeid op een boerderij, met een vader die een grote liefde had voor vlas, herkende zij in mijn werkwijze direct iets wezenlijks: een terugkeer naar de bron. Haar expertise ligt in het behouden en doorgeven van borduurtechnieken, vakmanschap en textiele kennis als noodzakelijke schakel richting de toekomst.
Juist daarom was dit project voor haar bijzonder. Niet alleen omdat het om mode ging, maar omdat het begon bij het land. Bij de vezel zelf.
Technisch vroeg het werken met ons vlasdraad wel om uitzonderlijke precisie. De onregelmatige handgesponnen garens maakten traditionele verwerking vrijwel onmogelijk. Martine vond uiteindelijk een oplossing in een techniek uit het goudborduren, waarbij kostbaar garen niet door de stof wordt gehaald, maar zorgvuldig bovenop ligt en met fijnere draad wordt vastgezet.
Tekst loopt verder na de afbeelding.
Het is een techniek die van oudsher werd ingezet voor materialen die te waardevol waren om te verspillen. En precies dat gevoel diende zich hier opnieuw aan. Want wie weet hoeveel arbeid, aandacht en land er schuilgaat in één draad, behandelt materiaal fundamenteel anders.
Dat besef raakt aan de kern van wat de Fashion Farm zichtbaar maakt. Hier draait het niet alleen om kleding produceren, maar om het herstellen van relaties: tussen maker en materiaal, tussen ontwerp en oorsprong, tussen mode en landbouw.
Het Lin jasje laat zien dat regeneratieve mode niet uitsluitend draait om het eindresultaat, maar juist ook om de tussenfasen. Om de vraag: hoe kunnen we waarde creëren, ook wanneer een proces nog onderweg is?
In een industrie die gewend is om snelheid, schaal en efficiëntie centraal te stellen, voelt dit bijna radicaal. Hier wordt geen perfectie geforceerd, maar gewerkt met wat er al is. Met de eerste draad. De eerste oogst. De eerste mogelijkheid.
Zo wordt Lin meer dan een kledingstuk. Het wordt een ontwerp waarin landbouw, textielinnovatie en specialistisch vakmanschap samenkomen. Of misschien wel een jas die laat zien dat de toekomst van mode niet alleen geweven wordt, maar soms - steek voor steek - ontstaat in de ruimte daartussen.
Joline
PS: wil je mijn reis van zaadje tot kledingstuk en alle tussenfases volgen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.