Experts op Kingpins: de 4 grootste mythes over denim

Wat weten we nu echt allemaal over de denim industrie en over het product, denim zelf? Zoals bij elk onderwerp gaan er verschillende mythes rond of worden feiten aangezien voor vals. Tijdens de vijfde editie van Kingpins speelden Stefano Aldighieri van Another Design Studio, Bart van de Woestyne van Superblue en Andrew Olah van Kingpins, voor mythbusters met als specialisme denim. In de seminar ‘Busting Up Denim Myths’ stelden de experts verschillende mythes ter discussie die er volgens hen zijn over denim. FashionUnited zet enkele daarvan op een rij.

Lees ook: Denim voor dummies

1. De oorsprong van denim ligt in Frankrijk

“Iedereen zegt altijd dat de oorsprong van denim in Frankrijk ligt, bij het stadje Nimes. Daarbij dat de jeans oorspronkelijk uit Duitsland komen, maar de waarheid is: niemand weet het precies,” aldus Aldighieri. Denim bestaat namelijk al honderden jaren in verschillende vormen, vertelt Aldighieri. “De eerste vorm van denim was ook veel lichter dan wat we nu kennen. Omdat het gebruikt werd in workwear moest het steviger zijn, waardoor het zwaarder gemaakt is. Aldighieri denkt zelf dat denim is ontwikkeld in Groot-Brittannië of Italië. Hij voegt toe dat de vroegste vorm van denim die hij zelf gezien heeft, destijds in Londen, niet een broek uit Frankrijk of een Amerikaanse Levi´s is geweest. “De stof bestaat al veel langer dan dat Levi’s ermee bezig is.”

2. Stretch denim past beter

“Als je het aan mij vraagt is stretch denim een luie oplossing,” aldus Aldighieri. “Wanneer je normale denim goed kent, een goed patroon hebt, dan past normale denim juist veel beter, naar mijn mening.” Hij wijst er wel op dat er meer moeite zit in een denimbroek tegenover een stretchdenimbroek. Door de stretch is een broek vaak toepasbaar op meerdere mensen, bij een goede onbewerkte jeans moet de fit veel beter zijn, aldus Aldighieri.

3. Het gebruik van biologisch katoen is dé manier om duurzamer bezig te zijn.

Van de Woestyne geeft aan dat hij vaak gevraagd wordt door klanten om met biologisch katoen te werken in plaats van met normaal katoen. “Veel geloven dat dát de oplossing is om duurzamer te zijn.” Van de Woestyne wijst er echter op dat volgens de cijfers minder dan 1 procent van al het katoen dat geproduceerd wordt, biologisch geproduceerd is. Hierdoor is het niet makkelijk om biologisch katoen te verwerken in het product. “Ik geloof daarom dat er veel alternatieven zijn om duurzaam denim te produceren, naast het gebruik van biologisch katoen.” Alle experts noemen voorbeelden van het verminderen van chemicaliën die bij de productie gebruikt worden, het aantal wassingen van een spijkerbroek (meer dan 12 keer dippen in kleurstof is volgens Van de Woestyne niet nodig) en het gebruik van stenen om de spijkerstof een verouderde look te geven.

4. Japans en Italiaans denim is het beste ter wereld

Volgens Olah hoor je vaak: “Ik koop alleen Japans of Italiaans denim.” Tegenwoordig gebruikt de denim industrie bijna allemaal dezelfde grondstoffen, aldus de Kingpins-man. De weefgetouwen komen van dezelfde plek, er zijn vijf bedrijven ter wereld die indigo maken en bijna iedereen gebruikt katoen uit dezelfde gebieden, luidt zijn statement. “Wat een jeans anders maakt is het intellectuele eigendom dat er aan verbonden is.” Aldighieri voegt toe: “In het begin waren de Japanners vooral bezig met het zo goed mogelijk namaken van Amerikaans denim.” Olah en Aldighieri geven daarnaast wel allebei toe dat ze Japans denim dragen op het moment van de seminar, maar dat denim uit het een of het andere land bijna niet meer uit elkaar te houden is omdat de grondstoffen en productietechnieken al snel overeenkomen.

Beeld: FashionUnited

 

Meer nieuws

MEER NIEUWS

 

LAATSTE VACATURES

 

MEEST GELEZEN