‘Corporate Responsibility is ieders verantwoordelijkheid’: HVEG Group deelt Better Everyday Report 2025
bezig met laden...
HVEG Group heeft het Better Everyday Report 2025 gepubliceerd, het jaarlijkse overzicht van de voortgang die de internationale groep boekt op het gebied van Corporate Responsibility (CR). In het voorwoord schrijven CEO Mike van Snek en CFOO Remco Vermeij dat duurzaamheid onlosmakelijk verbonden is met de bedrijfsvoering, en dat er zeker wel voortgang is geboekt, maar dat de groep nog niet is waar ze wil zijn.
FashionUnited sprak met group sustainability manager Jutta van Ballegooijen en group sustainability project manager Liza Ellerman over de belangrijkste resultaten, de lessen en de doelen voor de komende jaren.
Drie pijlers: environmental, social en governance
De CR-strategie van HVEG Group is gebouwd rond drie ESG-pijlers: environmental, social en governance. Deze pijlers vertalen zich naar concrete speerpunten, van klimaatverandering, energie en water tot werkomstandigheden in de supply chain, opleiding en transparantie.
Achter die strategie staat een internationaal CR-team van zo'n twintig mensen, verspreid over onder meer Nederland, Duitsland, China en Bangladesh.
"We zien graag dat iedereen zich medeverantwoordelijk voelt voor Corporate Responsibility," legt van Ballegooijen uit. "Elke business unit heeft zijn eigen producten en cultuur, dus weten zij zelf het beste hoe ze bijvoorbeeld hun producten kunnen verduurzamen. Vanuit de groep zetten wij de Group CR-strategie op, stellen we beleid vast, houden we klanteisen en wetgeving up-to-date en verzorgen we reporting, monitoring, standaarden en educatie. Dat vertalen de CR Officers weer naar hun eigen business unit."
Die gedeelde verantwoordelijkheid is vaak al terug te vinden in de dagelijkse praktijk. De meeste medewerkers binnen HVEG Group hebben minimaal één duurzaamheidsdoel staan, en ook in vacatureteksten wordt tegenwoordig gekeken hoe CR logisch past binnen de functie.
Waar HVEG Group trots op is
Volgens van Ballegooijen en Ellerman is het rapport vooral een gezamenlijke prestatie. "Dit rapport is een mooie weerspiegeling van niet alleen het harde werk van ons team, maar van veel collega's binnen HVEG," zegt Ellerman. "Iedereen binnen de groep heeft hieraan zijn steentje bijgedragen."
Op de vraag waar ze zelf het meest trots op is, wijst van Ballegooijen naar de voortgang in data. "Ik ben vooral trots op onze environmental data," zegt ze. "We weten nu een stuk beter wat de impact van onze producten daadwerkelijk is, en dat betekent dat we ook concrete doelen kunnen stellen voor de toekomst."
Die databasis is dit jaar flink uitgebreid. HVEG Group voerde meer dan 130 life cycle-analyses (LCA's) uit en bracht daarmee de impact van 81 procent van het verkochte volume in kaart, verdeeld over uitstoot, energie, water en landgebruik. Op basis daarvan is een reductieplan opgesteld dat de grootste knelpunten in de keten identificeert, met materialen en wetprocessing als belangrijkste hotspots.
Ook op het gebied van werkomstandigheden is een concreet doel gehaald: 55 procent van de Tier 1-fabrieken waarmee HVEG Group werkt, heeft inmiddels een A- of B-rating binnen amfori BSCI, een internationaal social compliance programma, tegenover een doelstelling van 50 procent. Daarnaast steeg het aandeel preferred materialen naar 32,7 procent, op weg naar een doel van 50 procent in 2030.
Op klimaatgebied zette de groep een belangrijke stap: in 2025 begon HVEG Group met het meten van de eigen Greenhouse Gas-emissies (Scope 1, 2 en 3), in samenwerking met Carbonfact. Dit doet de groep omdat ze zich wil committeren aan het Science Based Targets initiative. Binnenkort start HVEG Group met het valideren van de eigen Scope 1, 2 en 3-reductiedoelen.
Wat beter moet, en waarom dat wordt benoemd
Het rapport is net zo expliciet over wat nog niet lukte. Volledige zichtbaarheid op Tier 2-fabrieken, de leveranciers van de fabrieken waarmee HVEG Group rechtstreeks werkt, bleek lastiger dan verwacht. Data blijkt gefragmenteerd en de aanlevering door leveranciers wisselend, waardoor HVEG Group in 2026 strengere eisen en betere dataprocessen wil doorvoeren.
Ook het HVEG Lab, waar de groep werkt aan nieuwe circulaire concepten, haalde zijn doel voor 2025 niet: er werd nog geen nieuw duurzaam verdienmodel op schaal ontwikkeld. Wel liepen er verschillende verkenningen, zoals een project met Belt Fashion en leerspecialist Salamander om leeroverschot uit de belt-productie te verwerken tot bonded leather voor accessoires zoals riemen, sleutelhangers en kaarthouders. Daarnaast werd een eerste testblend ontwikkeld van 12 procent hemp, 79 procent lyocell en 9 procent spandex, bestemd voor onder meer spaghettitopjes, tanktops en slips in de SS27-collectie van Sassa Mode.
Volgens Ellerman past die openheid bij hoe de groep naar duurzaamheid kijkt. "Met dit rapport willen we ook laten zien wat HVEG Group op het gebied van duurzaamheid doet," zegt ze. "Het gaat er natuurlijk om dat we duurzame stappen zetten, maar ook om uit te leggen wat duurzaamheid nou eigenlijk inhoudt, en welke stappen er nodig zijn om echt een verschil te maken."
Transparantie is dan ook een van de speerpunten binnen de governance pijler. "Iedereen binnen de organisatie moet weten wat we doen en waarom," aldus van Ballegooijen. "Dat betekent dat we ook harde cijfers op tafel leggen, ook als die nog niet perfect zijn."
Doelen voor 2026 en 2027
Het rapport eindigt niet bij de terugblik, maar bevat concrete targets voor de komende twee jaar. Voor 2026 wil HVEG Group 70 procent van de Tier 1-fabrieken op een A- of B-rating brengen, oplopend naar 80 procent in 2027. Ook wordt een verplicht opleidingsprogramma met drie CR-trainingen uitgerold.
Voor verpakkingen ligt het doel op 80 procent preferred verpakking voor merken en 50 procent voor private label in 2027. Het HVEG Lab moet in 2026 een eerste pilotproject afronden, en in 2027 twee.
Wat blijft, is de rode draad die van Ballegooijen en Ellerman allebei benoemen: Corporate Responsibility als gedeelde verantwoordelijkheid, gedragen door iedereen.