Textile Recycling Expo: recyclagesector wil uit de startblokken schieten en vraagt bijkomende steun aan de EU
bezig met laden...
Brussel -
De textielrecyclagesector is klaar om de kledingafvalberg te lijf te gaan, maar wacht op de invoering van Europese regels die bedrijven verplicht om te betalen voor de afvalfase van hun ontwerpen. Als er geen bijkomende investeringen komen, dreigen zowel de recycleurs als de inzamelaars en sorteerders van het toneel te verdwijnen.
“De olifant in de kamer? We moeten meer en beter samenwerken. Enkel als merken, beleidsmakers, inzamelaars, sorteerders en recycleurs de handen in elkaar slaan, kunnen we de sector verduurzamen.” Dat verklaart Oscar Bel, business developer bij Reju, aan het begin van de Textile Recycling Expo.
Een gesprek met het Duitse recyclagebedrijf, dat de expo sponsorde, blijkt een ideaal startpunt van twee dagen op de textielbeurs, en dat heeft alles te maken met die olifant in kwestie. Een ‘elephant in the room’ vol afgedankte kleren flankeert de stand van Reju. Die trekt aan: LinkedIn staat vol foto’s met het beest. Maar ook de boodschap van aan hetzelfde zeel trekken werd tot in der treure herhaald tijdens de beurs.
DHL wil meer samenwerken. H&M wil meer samenwerken. Primark wil meer samenwerken. Recycleurs willen veel meer samenwerken. Dat is niet onlogisch, want op dit moment hebben recycleurs het lastig. Ze halen maar moeilijk investeringen binnen en wachten op de wetgever om de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door te voeren, die bedrijven verplicht een afvalbijdrage te betalen op de kleren die ze op de markt brengen.
In Frankrijk en Nederland bestaat die wet al, producentenorganisaties in andere landen (zoals België zelf) wachten af tot het laatste moment: in april 2028. Niet handig, want de verplichting op het selectief inzamelen van textielafval is wel al in voegen, zegt Ekatarina Stoyanova van Recycling Europe tijdens haar slotpleidooi.
Daar heeft de EU een fout gemaakt, vindt ook Gail Orton, de Europese beleidsdirecteur van Shein. “We zitten in een periode waarin textiel wordt ingezameld zonder dat er investeringen en middelen zijn om die inzameling te beheren. Met de wet op de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dreigt nu hetzelfde te gebeuren. Landen die de UPV-wet wel al invoeren, worden daarbij niet voldoende begeleid. Het is onvermijdelijk dat de lidstaten elk op hun eigen manier de UPV-regels zullen invoeren, en dat is lastig voor merken zoals ons.”
Gebrek aan business case
Als we de teneur van de beurs volgen is medelijden met merken niet geheel aan de orde: vooral de recycleurs zitten in zwaar weer. Dat benadrukt Robert van de Kerkhof, CEO van ReHubs, in zijn keynote over de economische kaarten van recyclage. Die liggen op hun zachtst gezegd zeer slecht. Meer zelfs, zegt Van de Kerkhof: er is geen economisch model. Daarvoor moet de sector eerst opschalen, en daar zijn investeringen voor nodig, maar die zijn momenteel te risicovol.
“Momenteel wordt er 1,5 miljoen ton kledij selectief opgehaald. Om recyclage op schaal te krijgen, hebben we minstens 5 miljoen ton per jaar nodig.” Om al die kleren te kunnen verwerken, kijkt Van de Kerkhof – en hij niet alleen – reikhalzend uit naar de invoering van de UPV-wet. “Maar in de tussentijd hebben we nood aan steun van de EU, anders riskeer je om investeringen af te stompen. Zodra alles klaar is, is er geen probleem meer: dan kan de UPV het financieren. Maar daarop kunnen we niet blijven wachten, want anders is al de vooruitgang van de afgelopen jaren een maat voor niks.”
De cijfers die Van de Kerkhof erbij haalt, zijn ontnuchterend. “Momenteel zitten we met een investeringstekort van 55 procent. Sorteerders hebben nood aan 300 miljoen euro aan investeringen. Recycleurs vragen 2 tot 7 miljard euro. Een aantal jaar geleden hadden we de totale kostprijs voor deze transitie geschat op 5 tot 6 miljard euro. Nu praten we al over 15 miljard, en er komen nog meer gedetailleerde rapporten aan.”
Inzichten op de beursvloer: AI-sorteren, verfverwijderaars en véél polyester
Een van de pistes die te weinig belicht wordt, benadrukken meerdere sprekers, is het belang van sorteren. Wereldwijd is er 90 miljoen ton textielafval, zegt Katarina Kempe van Circulose. “Er is geen gebrek aan afdankertjes, maar de bottleneck zit bij het inzamelen en sorteren van die kleren. Niemand wil ervoor betalen, iedereen is ervan afhankelijk.” De beursvloer stemt op dat vlak alnog optimistisch: steeds meer bedrijven zetten daarop in.
In automatisch sorteren specialiseren zich zowel gevestigde waarden zoals het West-Vlaamse bedrijf Valvan, die de grootste beursstand kreeg, als start-ups zoals het Brusselse Trosort, het Deense New Retex en het Duitse Reverse.Fashion. Allen gebruiken ze AI (ook Valvan, dat niet enkel zijn bekende Fibersort tentoonstelde maar ook de nieuwste uitvinding Hypersort) om tweedehandsbedrijven te ontzorgen in hun sorteerprocessen. Zo helpen ze ook recyclagebedrijven, want zij missen naast investeringen voldoende feedstock om hun processen op te schalen.
Om textiel klaar te stomen voor recyclage is er meer nodig dan een sorteerband. Nu er steeds meer bekend wordt over de schadelijke gevolgen van PFAS en andere chemicaliën staan er meer en meer bedrijven in om kledij bestemd voor recyclage te ontdoen van textielverf, coatings en finishes. Om een kledingstuk te verven en af te werken gebruiken we tussen de 3000 en 10.000 chemicaliën, zegt Libby Sommer van ChemForward, “al zijn die niet allemaal schadelijk”. Om zeker te zijn dat er geen enkele toxische stof achterblijft na de recyclage bestaan er bedrijven zoals DyeRecycle, waar zowel Reju als Sommer mee samenwerkt, en e.dye om al die kleuren te verwijderen.
Wat nog meer opvalt op de beursvloer: de grote hoeveelheid recycleurs dat zich specialiseert in het verwerken van polyester. Een aanzienlijk deel ervan blijft verknocht aan het produceren van rPET, ‘gerecycleerd polyester’ dat niet gemaakt wordt van kleren maar van petflessen. De T2T Alliance, die vorig jaar gevormd werd, kreeg een panel ruim de tijd om uit te leggen waarom we weg moeten van rPET en meer moeten inzetten op ‘textile 2 textile’ of textiel-naar-textielrecyclage. “De bedoeling van de UPV is om af te rekenen met postconsumententextiel. Als we niet investeren in textiel-naar-textielrecyclage, komen we daar niet van af”, vat Beth Vosper van de chemische recycleur Circ samen.
De meeste rPET-recycleurs kunnen zowel petflessen als textiel verwerken. Een ervan, DePoly, zet zelfs in op petflessen maken van textiel, al geeft business lead Zoë Pfeiffer toe dat die toepassing een stuk minder interessant is. “We maken vooral textiel-naar-textielrecyclaat voor de Europese markt”, zegt een medewerker van een Chinese recycleur die enkel anoniem wou getuigen. “Naar rPET is het meeste vraag in China.” Europa als economisch eiland
Tijdens de panelgesprekken roepen sommige recycleurs op om vooral binnen Europa (of het globale noorden) te recycleren, zoals Reju, dat enkel in Europa en de Verenigde Staten opereert. Onder de kerktoren blijven is echter geen goed idee volgens Ana Rhodes van Recover. Bedrijven moeten vooral in zee gaan met de beste recyclagemogelijkheid; niet de meest dichtstbijzijnde. “De inzameling en productie van textiel gebeurt niet enkel in Europa, maar over de hele wereld. We zullen altijd afhangen van andere landen en andere continenten. Regels invoeren over nabijheid drijft de kostprijs op en zal investeringen afremmen. Zo krijgen we de sector nooit op schaal.”
“De EU wil een economisch eiland zijn: wat we hier consumeren, willen we hier ook recycleren”, zegt Lutz Walter van Textile ETP. “Is dat wel realstisch, vraag ik me af? Hoe dan ook moeten de UPV-bijdragen hoog genoeg zijn om de werkelijke kost van de recyclage te dekken.”
Europa ziet zijn tweedehandstextiel niet meer graag vertrekken naar het buitenland. Om milieuproblemen in het globale zuiden te vermijden, zoals afvalbergen en stranden vol textiel, wil het de export van onze afdankertjes afdenken. Maar ook dat houdt risico’s in, zegt Ekatarina Stoyanova van Recycling Europe. “We moeten opletten, want textielinzamelaars hebben het nu al zo moeilijk. Ze verdienen nog geld met de export. Als je dat stopzet, dan verliezen de inzamelaars en sorteerders in Europa. Dan ben je de tweedehandsindustrie in Europa kwijt nog voor de UPV ingevoerd wordt.”
Het globale zuiden werd vertegenwoordigd door één spreker tijdens de expo: Edward Atobrah Binkley, de secretaris-generaal van de Ghana Used Clothing Dealers Association. Hij benadrukt dat de Ghanese economie de afdankertjes meer dan nodig heeft.
Materialen van de toekomst
Naast alle afgedankte stoffen wordt er in Brussel nog steeds enorm nagedacht over nieuwe, innovatieve materialen. Daarover ging Future Fabrics Fair, die voor het eerst in Brussel gehouden werd. Van druivenleer tot bananenkatoen: je kan het je zo gek niet bedenken of er bestaat een vooruitstrevend materiaal dat mee aan de kar van de verduurzaming wil trekken. Een mooi initiatief volgens doctoraatsonderzoeker Laetitia Forst (UAL), die aan de recyclagezijde kwam spreken over duurzamer ontwerpen. Toch voelt het gek dat beide expo’s de krachten gebundeld hebben, vindt ze. “Aan de ene kant heb je recyclage, aan de andere heb je stoffen die misschien wel innovatief zijn maar vaak minder makkelijk te recycleren vallen.”
Textiel innovatie expert Lutz Walter stelt zich vragen of al die start-ups het, net als de recycleurs zelf, het hoofd boven water zullen kunnen houden. “Hoe vaak zeggen mensen niet dat ze, na uren labowerk, oplossing gevonden hebben? Nee, je hebt geen oplossing, je hebt een technologie. Zodra je een eerste partner vindt die met jou in zee wil voor een pilootproject, dan heb je een veelbelovende technologie. Na je eerste bestelling heb je het bewijs dat je technologie werkt. Maar pas als een bedrijf voor de tweede keer terug met je in zee wil kan je spreken van een product.”