Dior presenteert tentoonstelling 'Grammar of Forms' rondom Andersons tweede couturecollectie
Het Franse luxehuis Christian Dior presenteert de tentoonstelling 'Grammar of Forms', gebaseerd op de tweede haute couturecollectie van creatief directeur Jonathan Anderson voor het merk. De tentoonstelling onderzoekt Andersons benadering van couture als een gestructureerde taal, gebaseerd op de codes, technieken en ambachtelijke tradities van de Dior-ateliers.
De collectie is gevormd door twee referenties: het Dior-archief en het werk van de Amerikaanse beeldhouwster Lynda Benglis. Volgens het merk is Benglis een van de meest invloedrijke Amerikaanse kunstenaars van de afgelopen 60 jaar. Ze staat bekend om haar sculpturen, vaak omschreven als ‘bevroren gebaren’, die materialen in beweging lijken vast te leggen. Haar werk omvat materialen van brons, papier en was tot latex, schuim en glitter.
Dior verwijst naar Christian Diors eigen lente/zomer 1947 haute couturecollectie als precedent voor deze aanpak. Die collectie introduceerde een sculpturaal silhouet, opgebouwd uit een interne structuur van baleinen en vulling, dat bekend werd als de 'New Look'. In het daaropvolgende decennium noemde het huis zijn lijnen naar architecturale of sculpturale vormen, zoals Zig-Zag, Tulip, A en H.
Voor de nieuwe collectie paste Anderson technieken toe zoals plisseren, knopen, draperen en verfraaien om de organische, sculpturale vormen van Benglis te vertalen naar kledingstukken. Volgens het merk zijn de materialen zo bewerkt dat ze lijken op papier, metaal of gips. De geborduurde oppervlakken imiteren het gebruik van verf en glitter door de kunstenares.
Elke look in de collectie is met de hand geproduceerd in de Dior-ateliers. Dit proces is volgens het huis essentieel voor de realisatie van de meer experimentele en structureel ambitieuze ontwerpen van de collectie.