Bij een tas telt óók de binnenkant: Kaai oprichter Helga Meersmans over de functionele luxe working bag
bezig met laden...
Dat er nog steeds gaten in een overvolle markt te vinden zijn blijkt wel uit het succes van het Belgisch tassenmerk Kaai. In plaats van de loep op luxueuze uitstraling te leggen, pakten oprichters Helga Meersmans en Ine Verhaert het interieur aan. Een interview over de (semi-)luxe werktassen en de groei die ontstond uit de over het hoofd geziene behoeften van de moderne werkende vrouw.
Wanneer dacht je: ik zie een gat in de tassenmarkt?
“Kaai kwam, zoals wel vaker bij ondernemers, kwam voort uit mijn persoonlijke behoefte. Voor mijn voormalige werkgever Wolford moest ik elke week naar Londen reizen - vaak voor korte trips van twee tot drie dagen. Daarvoor moet je extreem georganiseerd pakken. Ik zocht een tas die functioneel én luxe was. Ik kwam over de vloer bij inkoopsters die er stuk voor stuk verfijnd en elegant uit zagen. Dat kom je niet aanzetten met een Samsonite tas.
Als consument ben ik in verschillende steden actief op zoek gegaan, maar zo’n tas bestond gewoon niet, terwijl er zó veel werkende en reizende vrouwen zijn. Vanuit die frustratie is Kaai ontstaan.”
Waar zit de innovatie in de tas van Kaai?
“Wij spreken meestal over een ‘functionele designertas’. Het is in essentie een working bag (werktas), eentje waarbij functionaliteit gecombineerd wordt met design. Daarmee onderscheiden we ons.”
Veel tassenmerken claimen dat hun producten geschikt zijn voor werk, maar in de praktijk zit er zelden een fatsoenlijk laptopvak in; dan zakt je computer of tablet naar de bodem en vormt ‘ie letterlijk de bodem - iets om te vermijden.
Onze tassen hebben naast dat laptopvak ook vakjes voor andere dingen die je snel nodig hebt: telefoon, sleutels, zakdoekjes, pennen, lipstick. Bij veel merken is er maar één klein vakje en ligt de rest los in de tas. Dan ben je altijd aan het zoeken. Ook de micro-suèdeblauwe binnenkant (in plaats van zwart katoen of nylon) moet voorkomen dat je spullen verdwijnen in een black hole.”
De tekst gaat door onder de afbeelding
Was het moeilijk om een fabrikant te vinden die dit kon maken?
“Nou en of. We gooiden de handdoek al bijna in de ring. Veel fabrikanten konden de complexe binnenkant niet assembleren met de luxe buitenkant van Italiaans leer. Uiteindelijk hebben we via via iemand in China gevonden die in de aktetassen voor mannen zat, het concept wel zag zitten en ons dus een kans gaf. Heel bijzonder, omdat je als startend merk vaak tegen hoge minimale afnames aanloopt. Hij werkt tot op vandaag met ons samen en is ter plaatse om de productie in de gaten te houden. Mijn vennoot doet de sourcing en reist tijdens producties óók naar China.
Er kwam al vroeg validatie van de Bijenkorf. Wat heeft die aanwezigheid voor Kaais merkontwikkeling gedaan?
“Dat is onze doorbraak geweest. De Bijenkorf is een referentie en een soort modecurator: als zij je in het assortiment opnemen, betekent dat dat ze achter de kwaliteit en achter je bedrijf staan. De eerste drie jaar zei Bijenkorf nee - we moesten ons eerst zelfstandig bewijzen. Toen we het vervolgens goed deden in twee winkels en online, mochten we landelijk mee. "Ondertussen zijn we in Nederland gaan adverteren; bij elkaar is dat een win-win geweest.”
Jullie kijken nu ook naar een eigen winkel in Amsterdam.
“We hebben inmiddels een sterke community in Nederland en krijgen vaak de vraag waar klanten het merk volledig kunnen ervaren. Een eigen winkel zou ons dichter bij die groep brengen. We lanceren nog één pop-up bij de Bijenkorf in Amsterdam om over die groep te leren. Daarna gaan we serieus op zoek.”
Hebben jullie verdere expansieplannen?
“In België hebben we onze flagshipstore in Antwerpen, een winkel in Brussel in de Koningsgalerij en zo’n vijftien wholesale partners. In Duitsland werken we samen met Breuninger – online en inmiddels ook in Hamburg en Stuttgart – en met Ludwig Beck in München. Maar onze grootste markt ligt in de Verenigde Staten; Amerikanen springen sneller in een vliegtuig en zijn al gewend om online bij Europese merken te bestellen. Dat maakt de VS een heel interessante en schaalbare markt.”
In warenhuizen kun je moeilijk je volledige merkverhaal vertellen.
“Dat is inderdaad een uitdaging. Je hebt beperkte ruimte en werkt met extern personeel. We geven daarom regelmatig trainingen zodat verkoopteams het verhaal van de binnenkant goed kunnen uitleggen. Toch blijft het lastig. Daarom zijn shop-in-shop-concepten voor ons heel interessant. Zoals bij La Bottega in Hasselt. Daar hebben we een ruimte ingericht als een volwaardige Kaai-winkel. We organiseren er ook events, zoals personalisatie-workshops voor onze community. We zijn nog op zoek naar een Nederlandse retailer om hetzelfde mee te doen.”
De tekst gaat door onder de afbeelding
Maak je je druk over de nieuwe stroom luxemerken uit Azië?
“Concurrentie zal er altijd zijn en dat houdt ons scherp. Tot nu toe zien we weinig tassenmerken die precies in ons vaarwater zitten. De meeste blijven design-driven. Daarnaast is er onze community die je niet zomaar kunt kopiëren. Die blijft van Kaai.”