• Home
  • Nieuws
  • Cultuur
  • ‘Jezelf zijn’ en ‘altijd blijven leren’ waren drijvende krachten achter de zes van Antwerpen

‘Jezelf zijn’ en ‘altijd blijven leren’ waren drijvende krachten achter de zes van Antwerpen

In de aanloop naar de eerste tentoonstelling over de virtuoze generatie Belgische ontwerpers in het Antwerpse Modemuseum, gidst gastcurator Geert Bruloot FashionUnited langs hun nalatenschap.
Cultuur|VERSLAG
Dirk Van Saene in The Antwerp Six at MoMu – Fashion Museum Antwerp, 2026 , © MoMu Antwerp Credits: Stany Dederen
Door Anna Roos van Wijngaarden

bezig met laden...

it pt
Scroll down to read more

Veertig jaar nadat Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee de modewereld wakker schudden op de British Designer Show in Londen, wijdt Modemuseum Antwerpen (MoMu) voor het eerst een volwaardige tentoonstelling aan hun nalatenschap. De Antwerpse Zes toont naast dat hoofdstuk aan rebelse, Belgische mode ook flarden van hun uiteenlopende persoonlijkheden en de rekwisieten van een opbloeiende vriendschap.

Twee jaar geleden nodigde Geert Bruloot - de modeondernemer die de Zes in 1986 als groep op de beurs in Londen zette - de ontwerpers uit om als vrienden op hun oeuvre te reflecteren. Aan de hand van die gesprekken, en het graafwerk van MoMu-curatoren Romy Cockx en Kaat Debo, mocht elk van de zes vervolgens een eigen ruimte in het MoMu helpen vullen, in een presentatievorm die onmiskenbaar de zijne of de hare is.

Mythische club

De Antwerpse Zes is geen merk, geen modehuis en ook geen officieel handelsverbond. De naam klinkt zo mythisch als hij eigenlijk is, stelt Bruloot als hij de modepers naar de eerste ruimte gidst. De zes hebben slechts 3 jaar hecht samengewerkt in Londen. Tot ze er verbannen worden omdat ze de Britse mode hebben verbasterd met hun Belgische, avant-garde ideeën op een illegale 'guerrilla' modeshow, en ze dus noodgedwongen verder moeten in die andere modestad, Parijs (1988). Na een gezamenlijke collectie zijn ze daar elk hun eigen weg gegaan. Desondanks hangt dat label van de Zes - bedacht door hun Britse modeagente Marysia Woronieczka en in leven gehouden door de pers - er 40 jaar later nog aan.

In de entreezaal kun je veel van dat soort nuances over de beroemde Antwerpse modelegende opsteken. Je arriveert en staat direct omringd door de complete sensatie van hun geschiedenis. Via schermen, foto's en videomateriaal worden de grote stappen van de modeopleiding naar de doorbraak in beeld gebracht. We zien de jonge Zes in de klas naast vroege schetsen en hun afstudeercollecties. Er hangen krantenartikelen waarin ze hun tegendraadse visies voor de mode bespreken, en recensies van de showspektakels, plus de fragmenten ervan in korte op tv-schermpjes afgespeelde clips.

Het is een overweldigend begin voor een tentoonstelling. Je krijgt het idee dat Cockx en Debo zich hebben opgesloten in het archief en eigenlijk niet wilden kiezen. Aan de andere kant: zo explosief was de komst van de Zes.

Tussen de papieren begrijp je ook waar het epoque waarin de Zes opgroeien over gaat. Het zijn kinderen van de jaren zestig en zeventig, een tijd van verandering, beklonken door de mondige jeugd. Ze namen deel aan arbeidsprotesten (mei 1968) en propageerden seksuele vrijheid, maakten luide muziek en kunst zoals pop en performance art. Mode was belangrijk voor hun boodschap. Londen werd er het centrum voor, met de punkmode van Malcolm McLaren en Vivienne Westwood als hoogtepunt.

De tekst gaat door onder de afbeelding

Introduction in The Antwerp Six at MoMu – Fashion Museum Antwerp, 2026 , © MoMu Antwerp Credits: Stany Dederen

Rebelleren op de Akademie

Op die rebelse achtergrond wordt in 1963 een nogal klassieke modeafdeling opgericht aan de Antwerpse Akademie, gericht op patroontekenen en later het maken van theaterkostuums. De studenten worden overzien door Mary Prijot, geschoold in de schilderkunst, die ook lerares zou worden van de zes. Het liefst zag ze haar studenten keurige kleren maken geïnspireerd op de Franse haute couture, iets à la Coco Chanel - niet voor hippies maar voor een deftige clientèle. Daar moesten onze zes modestudenten, die na hun instroom in 1976 en 1977 elkaars klasgenoten werden, niets van hebben. Ze wilden net als de kunstenaars van hun tijd nieuwe dingen maken.

Het MoMu heeft mooi weergegeven hoe ze daarin zowel professioneel als op persoonlijk vlak gehecht raken aan elkaar. De zes trekken steeds vaker samen op. Ze gaan samen uit en vervalsen via de vader van Van Noten, die een herenmodezaak heeft, uitnodigingen om bij de modeshows te kunnen zijn; ook die neppers zijn in het museum achter glas te zien.

Doorbraak

Om het verhaal goed te begrijpen, moet je een goede portie van je museumtijd in die eerste ruimte doorbrengen. Dan leer je ook over de vormende jaren van de Zes, voorafgaand aan hun eigen labels, waarin ze voor Belgische merken als Bassetti en Jacques Laloux ontwierpen, en vervolgens over de doorbraak als mythisch collectief. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor een wedstrijd ter promotie van Belgische stoffenfabrikanten: De Gouden Spoel. De bokaal, zo’n spoel, wordt ook tentoongesteld. Toen de Zes die maar bleven winnen, werden ze gediskwalificeerd. Dan gaven ze maar een eigen show (1985), in een loods op de Antwerpse Scheldekaai, die onverhoopt 3.000 betalende bezoekers lokte. Bruloot kwam in beeld en de rest is geschiedenis.

Op de opening van de tentoonstelling beschrijft Debo de komst van de Zes als een scharniermoment voor de modewereld, maar ook voor de stad Antwerpen, die al wel een textielstad was maar zonder een duidelijke mode-identiteit. Daar hebben Bikkembergs, Demeulemeester, Van Beirendonck, Van Noten, Van Saene en Yee samen en afzonderlijk een verschil in gemaakt. Zodanig dat hun succes tot een vloedgolf aan toeristen leidt. Aan de muur hangen de advertenties: Antwerpen komt als shopping destination in Elle, I-d en op Wwd. Na een halfuur in het MoMu heb je zonder de kleren te zien al wel begrepen wat de Zes deden voor de stad.

Dirk Van Saene invitations in The Antwerp Six at MoMu – Fashion Museum Antwerp, 2026 , © MoMu Antwerp Credits: Stany Dederen

Eigen stempel

Vanuit die optiek - de Zes als fundament van de modestad - moesten ze ook inspraak krijgen in hun stukjes tentoonstelling. We starten met Dirk Bikkembergs, die bewust een jaar wachtte om solo af te studeren en de aandacht volledig op zichzelf te kunnen richten. Van hem stamt het modebeeld van de hyper-erotische, stevig gebouwde sportman af. Raf Simons is erdoor geïnspireerd geraakt. De selectie van het MoMu komt voorbij op een flink beeldscherm. Bikkembergs was ook degene van het stel die de kracht van publiciteit het best begreep, vindt Bruloot. In de openingszaal hing al een exemplaar van zijn beroemde catalogi waarop model Michel De Windt innig een paar bergschoenen omhelst.

Walter Van Beirendonck treffen we in levende lijve - althans, zijn virtuele kloon, een pratend gezicht op een klein scherm dat op de juiste hoogte is verstopt in een outfit naar eigen ontwerp. Hij is zijn carrière aan het overpeinzen in dialoog met een robot uit zijn eigen fantasiewereld, Puk Puk, omringd door zijn 35 outfits die al net zo ‘pop-y’ zijn. “Ze noemen me zelfs de laatste punk,” zegt die Van Beirendonck.

Dirk Van Saene en Marina Yee waren volgens Bruloot het meest politiek geëngageerd en werkten logischerwijs op de grens van mode en kunst. “Bij Van Saene kwam er altijd humor bij,” zegt hij. In zijn aangewezen ruimte cirkelen 5 modellen op een automatische band rond; het publiek heeft hij gekke koppen gegeven, geschilderd op dozen en zakken. Op de achtergrond zien we zorgvuldig gekozen fragmenten uit 5 ‘défilés’, met vrijgevochten modellen in bontjassen en ruitjesbloezen.

Bij Marina Yee, die in 2025 te overlijden kwam, moest een bijzondere hommage komen. Het team van MoMu heeft haar atelier fotografisch leeggehaald, genummerd en opnieuw opgebouwd. “Ze was dol op afval,” weet Bruloot. Aan de kopie van haar werkplaats vol met snuisterijen en materiaaltesten is dat ook te zien.

Dries Van Noten wordt tussen zijn virtuoze collega’s neergezet als de koning van de sterke finales. Dagenlang heeft Bruloot samen met hem de beste beelden uitgezocht voor op het grote scherm - kill your darlings, zegt zijn mentor erbij. Uit de scenografie blijkt ook hoe consistent zijn collecties zijn geweest, met terugkerende rococo- en chinoiserie-prints, dure stoffen, en sterk vakmanschap.

De keuze voor Ann Demeulemeester als eind van de tentoonstelling is bewust; Bruloot wist dat het zou uitmonden tot iets rustigs en sterks. Haar volledige oeuvre, opgesteld op een glanzende zwarte vloer, komt over als één collectie. Daarmee laat ze meteen zien hoeveel je met de kleur zwart kunt doen. Demeulemeesters stukken zijn zo goed geconstrueerd dat ze seizoen na seizoen gedragen konden worden; dat vonden de winkeliers weer fijn. Aan de overstaande wand hangt haar favoriete supermodel, 'Louise', ingelijst in portretvorm. Langs haar wordt de stijl van het merk uitgelegd: romantisch, duister en androgyn.

De tekst gaat door onder de afbeelding

Marina Yee in The Antwerp Six at MoMu – Fashion Museum Antwerp, 2026 , © MoMu Antwerp Credits: Stany Dederen

Kansen voor jong talent

Regelmatig krijgt Bruloot het verzoek van jongeren om over de Zes te vertellen, omdat er een zekere romantiek aan verbonden is. “Maar je kunt het niet namaken,” drukt hij hen op het hart. Niets aan het succesverhaal van de Antwerpenaren was namelijk georkestreerd; “er stopte een trein en ze sprongen er met zijn allen in.” Geld hadden ze niet - vergaderingen met Bruloot vonden plaats in het appartement van Van Noten - maar de drive om door te breken was enorm. Gaandeweg leerden ze wat er nodig was over retail, het bouwen van merken en de juiste presentatie.

“Ze hebben zonder plan een uniek hoofdstuk in de modegeschiedenis geschreven,” stelt Bruloot. Volgens hem moet de nieuwe generatie Belgische ontwerpers nu zelf op zoek naar die bezieling. Met jaarlijks 40.000 afstudeerders wereldwijd zal niet iedereen een eigen modehuis oprichten, en dat hoeft ook niet. “Het is vooral nodig om hen te ondersteunen in hun zoektocht naar een authentieke identiteit.”

Wat dat betreft is de tentoonstelling meer dan een terugblik. Het MoMu wil de impact en de erfenis van de zes gebruiken als hefboom voor jong talent van nu. Vandaar ook de betrokkenheid van de Antwerpse Academie, de stad Antwerpen en Flanders Fashion, voor de opzet van gelieerde programma's aan de tentoonstelling, zoals ‘Waved Together’, een modeshow voor jonge ontwerpers, en ‘Sew What’, een programma voor kinderen om kritisch naar de beginselen van modeconsumptie te leren kijken.

Vijver vol parels

"Je moet investeren in een wijde vijver met talent om de parels eruit te kunnen vissen," legde Debo haar bedoeling met de tentoonstelling uit aan de pers. Dat vertrouwen in creatie begint volgens de curatrice bij het zien van de kleinste signalen, zoals een kind dat aan de tekentafel een merkwaardig goede modeschets maakt.

Waren de Zes een unieke lichting of zijn we selectiever geworden? Die vraag hangt zeven zalen lang in de lucht. Is er kans op herhaling voor een samensmelting van zulk groot talent? Leren en blijven leren is er in elk geval een voorwaarde voor. Die leerschool komt in de Antwerpse Zes steeds weer terug. Zelfs Marina Yee, die een heel beperkt oeuvre heeft gecreëerd, is altijd mode blijven bestuderen. Tot de laatste dagen voor haar dood heeft ze door oude collecties te blijven bekijken en te tekenen over mode geleerd.

De Antwerpse Zes is een initiatief van MoMu in samenwerking met de stad Antwerpen en met steun van EventFlanders, en loopt tot 17 januari 2027.

Ann Demeulemeester
Dries van Noten
MoMu