• Home
  • Nieuws
  • Business
  • Rechtspraak: de strijd om de strepen is – nu écht – gestreden

Rechtspraak: de strijd om de strepen is – nu écht – gestreden

Door Guest Contributor

25 nov. 2021

Business

Het is 1997. H&M brengt haar ‘Work Out’-collectie op de markt. Sportjasjes en sportbroeken met een kek 2-strepen patroon op de zijkant van mouwen en broekspijpen. Adidas meent dat dit gebruik inbreuk maakt op haar welbekende 3-strepen merk. Een strijd van maar liefst 24 (!) jaar volgt.

Begin 2020 lijkt de zaak beslecht te zijn. Op 13 februari 2020 schreef ik op deze plek dat H&M na al die jaren toch de ‘Work Out’-collectie mocht verkopen. Geen inbreuk, was het eindoordeel van het Hof in Den Haag.

Adidas ging, zoals verwacht, tegen dat arrest in cassatie (bij de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland) en zo ging de strijd nog een jaartje langer door. Met het verwerpen van het cassatieberoep van Adidas heeft de Hoge Raad nu écht een streep gezet onder deze jarenlange strijd. Het arrest van Hof Den Haag blijft overeind. Het eindoordeel: geen inbreuk. H&M wint.

Duurt een procedure altijd 24 jaar?

Nee. Gelukkig niet! Het allereerste vonnis in het kort geding in deze zaak dateert ook ‘gewoon’ van 2 oktober 1997. Hetzelfde jaar als dat waarin de collectie van H&M op de markt kwam. Dat kort geding werd overigens nog gewonnen door Adidas.

Deze procedure kent veel bijzonderheden, die voor de meeste zaken niet opgaan. In (inbreuk)zaken betreffende de intellectuele eigendom (zoals het auteursrecht, modellenrecht en merkenrecht) is het veel gebruikelijker dat er een kort geding wordt gevoerd. En de naam zegt het al: een kort geding duurt relatief kort. Al binnen een paar weken nadat de inbreuk wordt geconstateerd, kan er een zitting bij de rechter worden gepland.

Na die zitting doet de rechter dan al na vier weken uitspraak. Met die uitspraak – vaak: inbreuk of niet – is de rechtspositie van partijen duidelijk. Met die duidelijkheid komen partijen vaak (alsnog) tot een algehele schikking. Als de inbreuk eenmaal is vastgesteld, is het immers nog een kwestie van het afspraken maken over de afwikkeling van de inbreuk (onder meer: de eventuele uitverkoop of vernietiging van de inbreukmakende artikelen, al dan niet een recall en/of rectificatie en de schadevergoeding). Een ‘gemiddelde’ inbreukzaak neemt dus zéker geen 24 jaar in beslag. Vaak zelfs nog geen 24 weken.

“Goedschiks of kwaadschiks”

Een procedure is overigens ook vaak te voorkomen. Door de inbreukmaker aan te schrijven (met een sommatiebrief) en dan direct te onderhandelen over een schikking. Dat is vaak sneller en partijen zijn niet gebonden aan de beperkte ‘oplossingen’ die de wet en de rechter bieden. Komen partijen er toch niet uit, dan staat de weg naar de rechter nog gewoon open. ‘Goedschiks’ heeft dus vaak de voorkeur, tenzij de rechtszaak bijvoorbeeld wordt gebruikt om een signaal af te geven naar de hele markt.

Hoe dan ook moet het echt gek lopen om pas na 24 jaar de strijdbijl te kunnen begraven…

Geschreven door Lucia van Leeuwen. Lucia is advocaat binnen de praktijkgroepen Intellectueel Eigendomsrecht en Procesrecht van *Köster Advocaten. Regelmatig behandelt Köster Advocaten hier actuele juridische kwesties. Zie kadv.nl en Advocatenindemode.nl.

Foto: Adidas Reimagine Sport (SS20) eigendom Adidas