Rechtbank Amsterdam oordeelt in het voordeel van franchisenemers Hema

De rechtbank Amsterdam heeft vandaag de franchisenemers van de Hema grotendeels in het gelijk gesteld in een geschil met het hoofdkantoor. Dit maakt de rechtbank Amsterdam wereldkundig middels een persbericht. De rechtbank oordeelt dat het hoofdkantoor bij de financiële afrekening over het verleden niet mag afwijken van eerder gemaakte afspraken.

Het geschil tussen Hema en zijn franchisenemers ging over de vraag wie welk deel van de uitgaven aan de centraal geregelde e-commerce activiteiten op zich moest nemen. Over de verdeling van die uitgaven waren afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, maar die overeenkomst werd door beide partijen verschillend uitgelegd.

Een van de gemaakte afspraken zijn dat de franchisenemers uitsluitend zouden meebetalen aan investeringen in e-commerce activiteiten in Nederland en niet in het buitenland. Daarnaast hoeven de franchisenemers alleen bij te dragen aan de operationele kosten van de afdeling e-commerce en, zo schrijft de rechtbank Amsterdam in het persbericht, uitdrukkelijk niet aan de algemene of overheadkosten van het hoofdkantoor.

Hema schrijft in zijn persbericht ‘nog altijd van mening te zijn dat de afspraken met haar franchisenemers, die alweer stammen uit 1997 en 2005, moeten worden gemoderniseerd en moeten worden aangepast met oog op het huidige retaillandschap.’ De nieuwe afspraken moeten volgens Hema worden vastgelegd in een nieuw franchisecontract inclusief een nieuwe opzet voor e-commerce. In de verklaring van het Nederlandse warenhuis zegt Hema een hoger beroep niet uit te sluiten maar dat het echter liever ziet ‘dat er afspraken gemaakt kunnen worden met haar franchisenemers zonder tussenkomst van een rechter of de dreiging daarvan’.