• Home
  • Nieuws
  • Business
  • Raad van State vernietigt soldenboete voor drie modeketens

Raad van State vernietigt soldenboete voor drie modeketens

De Belgische Raad van State heeft de administratieve geldboete van 48.000 euro vernietigd die was opgelegd aan de NV F. Dit blijkt uit het officiële arrest dat de raad op 20 mei 2026 heeft uitgesproken. De modedivisie kreeg deze sanctie in september 2024 van de Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie (FOD Economie). Hoewel het arrest de betrokken partijen anonimiseert, melden diverse media dat de zaak betrekking heeft op Zeb, PointCarré en The Fashion Store, de winkelketens die deel uitmaken van de modegroep The Fashion Society.

De boete werd destijds opgelegd omdat het bedrijf in juni 2023, december 2023 en januari 2024 op de webshops van onder meer Zeb commerciële banners toonde met teksten als ‘nu al solden tot min 50 procent’ en ‘solden tot min 70 procent,’ buiten de wettelijk vastgestelde soldenperiodes van januari en juli.

De inspectie baseerde de boete op artikel VI.25 van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Dit artikel verbiedt het gebruik van de term ‘solden’ of gelijkaardige benamingen buiten de wettelijke termijnen. De Belgische Staat bepleitte dat deze regel uitsluitend tot doel heeft om eerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen te verzekeren en kmo's te beschermen tegen langdurige verkoop met verlies door grotere spelers. Omdat de focus volgens de Staat niet op consumentenbescherming lag, zou de maatregel buiten het toepassingsgebied van de Europese regelgeving vallen.

NV F. voerde daarentegen aan dat de soldenregeling de belangen van de consument raakt en daarom onder de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken valt. Deze richtlijn brengt een volledige harmonisatie op Europees niveau tot stand, waardoor lidstaten geen strengere nationale beperkingen of algemene verboden mogen opleggen die niet op de Europese lijst van verboden praktijken staan. De modegroep verwees daarbij naar eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie en het Hof van Cassatie inzake de sperperiode en de verkoop met verlies.

De Raad van State oordeelde na een globale toetsing dat artikel VI.25 WER wel degelijk (mede) een consumentenbeschermend oogmerk heeft. De Raad stelde vast dat soldenverkoop specifiek gericht is op de relatie tussen onderneming en consument (B2C), het aankoopgedrag van de consument beïnvloedt en de consument de garantie biedt dat een korting reëel is. Volgens de Raad kan een wetgever een maatregel die de consument raakt niet aan de Europese richtlijn onttrekken door in de wettekst of de memorie van toelichting louter te verklaren dat de regel uitsluitend de concurrentie tussen ondernemingen regelt.

Het arrest concludeert dat de Belgische soldenregeling op dit punt strijdig is met de Europese richtlijn en daarom door de rechter buiten toepassing moet worden gelaten. De boetebeslissing mist hierdoor een geldige rechtsgrond en is nietig verklaard. Daarnaast is de Belgische Staat veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, bestaande uit het rolrecht, een bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding, die verschuldigd zijn aan de NV F.

Dit artikel is deels geschreven met behulp van een kunstmatige intelligentie-tool en is aangevuld en bewerkt door een redacteur van FashionUnited.


OF LOG IN MET
Rechtspraak
Solden