Data als nieuwe grondstof: de Europese textielindustrie herdefinieert haar digitale toekomst

De jaarlijkse bijeenkomst van Textile ETP bracht vorige week in het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) meer dan honderd professionals uit de textielindustrie samen. Onderzoekers, ingenieurs, innovatiemanagers en technologiebedrijven namen deel aan de bijeenkomst. De dagen stonden in het teken van de uitdagingen van een sector die zijn toekomst probeert te herdefiniëren te midden van regeldruk, digitalisering en groeiende zorgen over de concurrentiekracht.

In de presentaties en debatten over de digitale transformatie van de Europese textiel- en kledingindustrie is er één concept dat de boventoon voert: data. Dit begrip komt in vrijwel elke bijdrage naar voren, niet alleen als technologisch hulpmiddel, maar ook als de nieuwe strategische grondstof van de sector. Het is een gemeenschappelijke taal en tegelijkertijd de onzichtbare infrastructuur waarop een nieuwe industriële architectuur wordt gebouwd.

Met verschillende nuances wordt de boodschap gedurende de twee dagen herhaald, onder het motto share and conquer: delen om vooruit te komen. Het uitgangspunt is even eenvoudig als ambitieus. Alleen een industrie die in staat is om gestructureerd informatie uit te wisselen, kan een model bouwen dat op de lange termijn echt concurrerend en duurzaam is.

Een systeem gebouwd op overschot

Voor Lutz Walter, secretaris-generaal van Textile ETP, is digitalisering niet alleen een hefboom voor efficiëntie. Volgens hem biedt het een kans om enkele structurele inefficiënties te corrigeren van een model dat decennialang meer produceert dan de markt kan opnemen.

Jaarlijks worden er wereldwijd tussen de 150 en 166 miljard kledingstukken geproduceerd, wat neerkomt op ongeveer 20 stuks per persoon. Slechts dertig tot veertig procent wordt echter tegen de volle prijs verkocht. Nog eens 30 procent eindigt in promoties en kortingen, terwijl tot 10 procent nooit een eindconsument bereikt.

Lutz Walter, secretaris-generaal van Textile ETP. Credits: Textile ETP.

De bijdrage van Ahmed Zaidi van Huubland Technologies biedt een aanvullend perspectief. Hij waarschuwt voor het risico dat de industrie haar inspanningen richt op het optimaliseren van een model dat in de kern niet meer werkt. “Het probleem is dat we kunstmatige intelligentie toevoegen aan kapotte systemen, zonder het systeem zelf te veranderen.”

Afbeelding uit de presentatie van Ahmed Zaidi waarin hij zich voorstelt hoe het zou zijn om ‘een supersonische AI-raket op een paardenkar te zetten’. Credits: Alicia R. Sarmiento | FashionUnited

Het ultra-fast-fashionbedrijf Shein wordt zelden als voorbeeld gebruikt in de mode-industrie. Toch komt het in de context van Textile ETP meerdere keren naar voren als casestudy om een specifieke reden: het illustreert wat er gebeurt wanneer een toeleveringsketen constant wordt gevoed door gedeelde informatie en werkt met realtime datastromen.

Zaidi stelt dat het concurrentievoordeel van dit model niet alleen ligt in snelheid of technologie, maar in de continue uitwisseling van informatie tussen alle schakels in de toeleveringsketen. Dit is in Europa veel complexer om te repliceren. Het resultaat is kortere productietijden, flexibele fabrieken, reactieve systemen en directe toegang tot vraaggegevens, waardoor de productie nauwkeuriger kan worden afgestemd en on-demand modellen dichterbij komen. Dit format heeft echter alleen in China gewerkt; een poging om het in Brazilië te kopiëren is mislukt.

Het grootste obstakel blijft echter cultureel. Veel merken beschouwen data nog steeds als een bezit dat zelfs voor hun eigen leveranciers beschermd moet worden, een houding die samenwerking beperkt en de opbouw van echt wendbare toeleveringsketens bemoeilijkt.

Dataspaces

De sleutel ligt in het delen van de juiste informatie, op het juiste complexiteitsniveau, in een gecontroleerde omgeving.

Dit legt Dena Arabsolgar van Syxis Innovation Hub uit bij de presentatie van de Europese dataspaces. Dit is een architectuur die is ontworpen om de veilige en beheerste uitwisseling van informatie over de hele waardeketen te vergemakkelijken, zonder dat bedrijven de controle over hun eigen data verliezen. Elke organisatie behoudt haar eigen systemen en informatiebronnen, terwijl een netwerk van connectoren ervoor zorgt dat iedereen met elkaar kan communiceren zonder de data op één centrale plek te hoeven verzamelen.

Dena Arabsolgar van Syxis Innovation Hub. Credits: Textile ETP.

De kloof tussen het discours over digitalisering en de realiteit van veel fabrieken wordt duidelijk in de bijdrage van Gilberto Loureiro, medeoprichter van Smartex, gebaseerd op zijn ervaring in Azië. Een groot deel van de processen is nog steeds afhankelijk van handmatige inspecties van stoffen. “Wanneer je een textielfabriek in Azië bezoekt, waar bijna 85 procent van het textiel wereldwijd wordt geproduceerd, reis je twintig jaar terug in de tijd”, vat Loureiro samen.

“Inefficiëntie is de norm geworden.” In veel fabrieken worden gegevens nog steeds met pen en papier vastgelegd. Het is moeilijk om echt wendbare toeleveringsketens of toekomstige tools zoals het digitale productpaspoort voor te stellen als de technologische realiteit aan het begin van de keten wordt genegeerd. De andere kant opkijken zou, zoals Zaidi zei, zijn als ‘een supersonische AI-raket op een paardenkar zetten’.

Tegenover dit probleem ontwikkelt Smartex systemen voor defectdetectie met camera's die rechtstreeks op de rondbreimachines zijn geïnstalleerd. De technologie identificeert productiefouten in realtime, stopt de productie automatisch en voorkomt dat defecten zich over een hele partij verspreiden. Loureiro presenteert ook een QR-codetechnologie die bestand is tegen industriële verfprocessen en die de traceerbaarheid van de toeleveringsketen vanaf de grondstof kan vergemakkelijken. De ontvangst door de markt was echter beperkt, ondanks de minimale extra kosten van slechts één cent per kilogram. Dit toont de moeilijkheden die veel innovaties nog steeds ondervinden om op grote schaal in de sector te worden toegepast.

De technologie bestaat dus al, maar de collectieve wil om deze te omarmen ontbreekt nog. Hij, net als veel andere sprekers, stelt dat zolang de wetgeving de vooruitgang niet stimuleert, veel van deze oplossingen niet de nodige aandacht zullen krijgen, ook al anticiperen en vormen ze nu al de toekomst van de industrie.

De structurele barrières

De diagnose van Lutz Walter identificeert verschillende hardnekkige obstakels voor de digitale transformatie van de sector: het gebrek aan interoperabiliteit tussen systemen, de beperkte capaciteit van het mkb om te investeren in digitalisering, de wisselende kwaliteit van de beschikbare data, de culturele weerstand om beslissingen te nemen op basis van informatie en de kloof tussen Europese machinefabrikanten en de werkelijke behoeften van de productie.

Aan deze lijst voegt Mario Jorge Machado, voorzitter van Euratex, een beslissende factor toe: de structurele kostennadelen die de Europese concurrentiekracht ondermijnen. Hiertoe behoren hogere arbeidskosten, strenge milieuregelgeving, de stijgende energieprijzen, inclusief het Europees systeem voor emissiehandel dat ongeveer 40 euro per ton CO₂ toevoegt, en, met name relevant, systematisch hogere kapitaalkosten dan in markten als China of de Verenigde Staten.

“Europa verliest industrie met een snelheid van ongeveer min vier procent per jaar”, waarschuwt Machado. “Over tien jaar hebben we min veertig procent minder industrie.” In deze context wordt de industriële top in Antwerpen, die twee maanden geleden plaatsvond in aanwezigheid van de voorzitter van de Europese Commissie en verschillende staatshoofden, genoemd als een politiek keerpunt: voor het eerst in decennia staat de industrie weer hoog op de agenda.

Met de microfoon, Mario Jorge Machado, voorzitter van Euratex. Credits: Textile ETP.

Circulariteit met een nog onvolledige vergelijking

Een groot deel van de conferentie wordt gekenmerkt door het gewicht van de aankomende Europese wetgeving, die als een rode draad door de agenda loopt. De sessies over ESPR, DPP, de AI-wet en de kaders voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) benadrukken een gedeelde overtuiging: zonder een gestructureerd beheer van informatie is een effectieve toepassing onmogelijk.

David Schoenwerth, beleidsverantwoordelijke bij DG CONNECT van de Europese Commissie, legt de ambitie van Brussel uit om Europa te positioneren als een ‘AI-continent’. Dit wordt ondersteund door een datastrategie die is ontworpen om drie structurele uitdagingen aan te gaan: het tekort aan trainingsdata voor AI-systemen, de complexiteit van de regelgeving en de nieuwe geopolitieke dynamiek rond digitale soevereiniteit. Tussen 2021 en 2024 heeft de Commissie 336 miljoen euro geïnvesteerd in de uitrol van dataspaces, met nog eens 100 miljoen gepland voor latere fasen.

David Schoenwerth, beleidsverantwoordelijke bij DG CONNECT van de Europese Commissie, neemt virtueel deel aan de bijeenkomst. Credits: Textile ETP.

Het contrast tussen de regelgevende architectuur en de daadwerkelijke implementatiecapaciteit in de industrie komt echter in verschillende bijdragen opnieuw naar voren. Eugenio Alessandro Canepa van de Piacenza Groep merkt op dat het Europese kader nog steeds een duidelijke operationele richtlijn mist, vooral met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor het vastleggen en beheren van data in de waardeketen. Joffrey Delfgaauw, hoofd Innovatie bij O'Neill Europe, vat het pragmatisch samen: “We praten over het verkrijgen van data, maar soms bestaan ze gewoon niet.” Tegelijkertijd ontwikkelen bedrijven als Schijvens, vertegenwoordigd door CEO Jaap Rijnsdorp, al interne traceerbaarheidssystemen om productie en eindgebruiker dichter bij elkaar te brengen.

De arbeidskracht van de toekomst

De kloof is niet alleen technologisch, maar ook generationeel. Anne Schwarz-Pfeiffer, onderzoekster op het gebied van slim textiel, wijst erop dat traditionele academische cycli te traag zijn voor een industrie waarin kennis over digitalisering en kunstmatige intelligentie binnen slechts twee of drie jaar veroudert. “Het probleem is niet langer wat we onderwijzen, maar hoe snel we in staat zijn om het aan te passen.”

Vanuit het Fashion and Textile Innovation Lab+ van de HOGENT Universiteit presenteert Aleksandra Delac het project Skills for Circularity, een consortium van 23 partners in 12 landen. Dit project analyseerde meer dan 300 vacatures, bijna 200 bedrijfenquêtes en meerdere sectorinterviews. De studie wijst op een groeiende vraag naar hybride profielen die textielkennis kunnen combineren met competenties op het gebied van data, duurzaamheid en regelgeving. Het grootste tekort dat door bedrijven wordt geïdentificeerd, is niet technisch, maar interpretatief: het vertalen van de complexe regelgeving naar concrete operationele processen. De eerste editie van het opleidingsprogramma is al gelanceerd en heeft een wachtlijst.

Een beslissend decennium

Walter sluit de conferentie af met vier mogelijke scenario's voor de Europese textielindustrie in 2035, opgebouwd rond twee variabelen: waar de waarde wordt gecreëerd en waar de productie is geconcentreerd. Het meest gunstige scenario, de ‘Digitale Renaissance’, schetst een gespecialiseerde, concurrerende Europese industrie die wordt ondersteund door sterk gedigitaliseerde regionale waardeketens. Een tweede model, de ‘Europese Mediterrane Digitale Gordel’, stelt een productie voor die is verdeeld over Europa en buurlanden, verbonden door gedeelde informatie-infrastructuren.

De andere twee scenario's beschrijven minder optimistische trajecten: een geleidelijke uitbesteding van de productie naar Azië of, in het uiterste geval, een structureel verlies van industriële en technologische capaciteit op het continent.

“De toekomst is nog niet geschreven”, herinnert Walter ons. “Maar de beslissingen worden nu genomen en zullen het komende decennium bepalen.” Dit idee vat de geest van de bijeenkomst samen: de digitale transformatie wordt niet langer gezien als een geïsoleerd technologisch project, maar als de factor die de industriële overleving, de aantrekkingskracht van investeringen en het aanpassingsvermogen aan regelgeving zal bepalen.

De volgende jaarlijkse conferentie van Textile ETP zal in Frankrijk plaatsvinden, waarbij het reizende format wordt voortgezet dat het debat elk jaar naar een ander industrieel ecosysteem verplaatst om in contact te komen met lokale spelers.

Samenvatting
  • De jaarlijkse bijeenkomst van Textile ETP benadrukte dat data de nieuwe strategische grondstof is voor de textielindustrie, waarbij de noodzaak van een gestructureerde informatie-uitwisseling werd benadrukt om een concurrerend en duurzaam model op te bouwen.
  • De industrie staat voor aanzienlijke uitdagingen, waaronder overproductie, een culturele weerstand tegen het delen van data en een kloof tussen regelgevende ambities en de technologische realiteit van veel fabrieken, met name in Azië.
  • Ondanks bestaande technologie en Europese initiatieven voor dataspaces, belemmeren structurele barrières zoals hoge operationele kosten in Europa en een tekort aan vaardigheden op het gebied van digitale en duurzaamheidscompetenties een wijdverbreide adoptie, waardoor het komende decennium cruciaal is voor de toekomst van de industrie.

Dit artikel is in het Nederlands vertaald met behulp van een AI-tool.

FashionUnited gebruikt AI taaltools om het vertalen van (nieuws)artikelen te versnellen en de vertalingen te proeflezen om het eindresultaat te verbeteren. Dit bespaart onze menselijke journalisten tijd die ze kunnen besteden aan onderzoek en het schrijven van eigen artikelen. Artikelen die met behulp van AI zijn vertaald, worden gecontroleerd en geredigeerd door een menselijke bureauredacteur voordat ze online gaan. Als je vragen of opmerkingen hebt over dit proces, stuur dan een e-mail naar info@fashionunited.com.


OF LOG IN MET
AMFI
Data
textile etp