(advertentie)
(advertentie)
Modeontwerpers in de schaduw van geliefde voorgangers

Na het horen van het nieuws dat Bouchra Jarrar weg ging bij Lanvin en Olivier Lapidus was aangenomen, slaakte de modewereld een diepe zucht. Het gevoel dat het bedrijf aan een dood paard aan het trekken is, is wijdverspreid. Het bedrijf verwacht daarbij ook nog eens dat dit dode paard een serie aan managementfouten en beslissingen die de plank missloegen als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Dit gevoel is te merken in artikelen zoals “Kan iemand Lanvin nu nog redden?” dat recent werd gepubliceerd op Business of Fashion. De algemene stemming is dat Alber Elbaz niet vervangen kan worden, de geliefde creatief directeur die na veertien jaar zomaar op straat werd gezet in 2015. Het was een zelfde situatie als de Brangelina scheiding en in de nasleep van afgrijselijke aantijgingen, rechtszaken en huilende atelier medewerkers werd het eigendom verdeeld. Lanvin mocht natuurlijk het modehuis behouden met wat daarbij kwam kijken. Elbaz kreeg ons.

Verdwenen maar niet vergeten

Hoe kan het dat sommige ontwerpers zich een weg naar ons hart weten te vinden terwijl andere, die op papier even goed zijn, niet eens in onze gedachten blijven hangen na één seizoen? Toen Meryl Streep Elbaz zijn Superstar Award uitreikte namens Fashion Group International drie weken voor zijn ontslag: “Als je vermenigvuldigt wat je mij hebt laten voelen met het gevoel dat andere vrouwen hebben ervaren dankzij jou, dan denk ik dat je elk jaar deze award moet ontvangen.” En daarmee is het besloten: sommige ontwerpers geven ons kippenvel, andere niet.

Helmut Lang heeft dan al een decennia geen kleding gemaakt, maar de eerbied waarmee zijn naam wordt uitgesproken en de obsessieve zoektocht naar originele stukken die nog steeds in de wereld circuleren laten zien hoe groot zijn invloed nog steeds is. Het is daarbij belangrijk om te vermelden dat we niet het hedendaagse label bedoelen dat nu zijn naam draagt en eigendom is van Link Theory Holdings. De bewondering waar ik het over heb gaat vaak samen met de oude Helmut Lang, of de 90s Lang of toen hij het nog deed Lang ruilde ontwerp in voor kunst in 2005 en doneerde of verknipte zijn archief, waardoor zijn kleding alleen maar in waarde steeg. Hiermee creëerde hij gelijktijdig een carrière voor David Casavant, een ijverige verzamelaar van zijn kleding sinds hij 14 was, die nu stukken verhuurt aan beroemdheden zoals Kanye West en Rihanna.

Modeontwerpers in de schaduw van geliefde voorgangers

Opmerkelijk genoeg is de enige andere ontwerper die Casavant verzamelt Raf Simons, een andere ontwerper die verder reikt dan de modehuizen waar hij voor werkt. In zijn geval gaat het hier om Jil Sander, Christian Dior en nu Calvin Klein. Toen het nieuws dat Simons de nieuwe creatief directeur werd van Calvin Klein werd bevestigd dat de Amerikaanse pers twijfelde. De New York Times schreef destijds: “Raf Simons, alhoewel zeker niet onbekend, is geen Calvin." Zijn naam, Raf (wat rijmt op laugh, met een Vlaamse rollende r) wordt met bewondering uitgesproken in de hogere kringen van de modewereld. Maar in New York… heeft hij niet zo veel naamsbekendheid onder het grote publiek.” Maar na zijn eerste show, waren de recensies spectaculair en de New York Times schreef: “Er was een Belg voor nodig om het voor elkaar te krijgen.”

Hedi Slimane had zelfs zoveel invloed dat hij het atelier van Yves Saint Laurent mocht verplaatsen van Parijs naar Los Angeles en zelfs de naam veranderde. Daarbij is het ook goed om te onthouden dat Lang in 1999 ook zijn biezen pakte en zijn show verplaatste van New York naar Europa waardoor hij de modekalender voorgoed veranderde. Stefano Pilati, Slimane’s voorganger had niet dergelijke invloed. Tom Ford, als een echte rattenvanger van Hamelen liet ons achter hem aanlopen van Gucci tot Saint Laurent rond de eeuwwisseling en toen hij besloot Hollywood films te gaan regisseren keken we plots met zijn allen naar het witte doek. Alessandro Facchinetti en Frida Giannini die hem opvolgden bij Gucci hielden onze blik niet zo vast als Ford dat deed, alhoewel de huidige creatief directeur, Alessandro Michele ons weer opnieuw Gucci-mania laat voelen.

Het vrouwelijke soort

Iemand komt op deze manier wellicht in de verleiding om te zeggen dat mannelijke ontwerpers nou eenmaal beter zijn in verleiden dan vrouwelijke. Maar bij Phoebe Philo, of het nou meisjesachtig en koket is bij Chloe of moeiteloze elegantie bij Céline, liggen we aan haar voeten. En Donatella Versace, die in haar carrière menig storm overleefde toen ze het bedrijf van haar overleden broer overnam, inspireert een zekere empathie, zelfs goedbedoelde ridicuul maar boven alles toewijding. De shows die top spektakels zijn vloeien voort in haar overdadige persoonlijkheid waardoor ze een figuur is geworden in de popcultuur. In Saterday Night Live verschenen verschillende parodieën van haar en ze verscheen zelfs in de campagne van een concurrent. Riccardo Tisci beschreef haar destijds als het ultieme icoon. Topmannen Giorgio Armani of Christopher Bailey van Burberry hebben toch niet hetzelfde effect.

Modeontwerpers in de schaduw van geliefde voorgangers

Zij die er bovenuit stijgen

De ontwerpers die boven die identiteit van het modehuis waar ze voor werken uitstijgen halen iets intiems doch urgents in ons naar boven: een gedeelde waardering van kunst of muziek, misschien een link naar onze jeugd, of verleden, of familie en kan niet alleen de meest glamoureuze vorm van onszelf weergeven maar het kan ons ook helpen om verborgen onzekerheden te verwerken. Het is een energie van de catwalk naar de klant zonder dat het te maken heeft met een logo of een merk maar de menselijkheid achter de creativiteit. Het is alsof Celine of Raf ons echt ziet voor wie we zijn en wij willen ons goed kleden als een blijk van waardering.

De perfecte omgeving creëren

Veel van de merken die op de dag van vandaag eigendom zijn van modegroepen zijn zo gefocust op de kwartaal opbrengsten dat een nieuwe ontwerper direct onder druk wordt gezet om te presteren. Maar deze mensen moeten juist met beleid benaderd worden om überhaupt een start te maken om een band te krijgen met de klant. Ze moeten in hun rol groeien, wat dingen uit kunnen proberen, misschien zelfs de lucht reinigen met wat salie. Donatella had hier recht op vanwege haar familie en struikelde misschien een paar keer, maar de nieuwe bij Lanvin? Ook al is zijn vader, Ted Lapidus, een legende in de Franse modewereld, zijn eigen naam heeft weinig gewicht wereldwijd en er wordt gevreesd dat hij het modehuis in chaos aantreft. Jarrar zei vier maanden voor haar ontslag: “Het is de druk, ik heb de steun van het hele modehuis nodig, alleen is het onmogelijk.”

Modeontwerpers in de schaduw van geliefde voorgangers

Het binnenhalen van die ene ontwerper terwijl de ander nog niet weg is zonder de behoeftes van de nieuweling in overweging te nemen, is hetzelfde als het verwijderen van een pleister en deze met een nieuwe vervangen: het heelt de wond niet, het verbergt deze alleen. Lanvin’s slechte manier van handelen ten opzichte van Elbaz heeft een nare smaak achter gelaten en Jarrar heeft ongetwijfeld deze smaak vaak weg moeten spoelen bij het huis. Lapidus zal daar nu mee moeten leven. Nu merken steeds minder genieten van het vertrouwen en producten standaard worden, geven consumenten niet snel meer hun vertrouwen. CEO’s kunnen zich dan wel onder een deken van strategieën verstoppen, maar wij, de consumenten, willen omver geblazen worden door een levendige visie die niks te maken heeft met het financiële plaatje. We willen ambacht en romance en emotie. We willen iets voelen, niet reageren op een mechanisme die ons moet stimuleren om te kopen zoals advertenties en beroemdheden die de kleding aanprijzen. We verwachten charisma en als de manier van een creatief directeur wat onconventioneel is, zelfs esoterisch, dan verwachten we een zekere flexibiliteit waardoor de ontwerper volledig tot zijn recht kan komen. Onze religieuze toewijding moet verdiend worden, maar de beloning die daar tegenover staat is dat we de lederen goederen, sieraden en parfums zullen behandelen als echte cult-objecten om onze fetisj tevreden te stellen.

Een oude fuchsia Helmut Lang tas met veren hangt aan mijn muur. Hij is zelfs te klein om een iPhone te vervoeren. Maar het is een geheugensteuntje dat wanneer mode iets geeft om in te geloven, dan kent het geloof geen obstakels meer

Door gastredacteur Jackie Mallon, die les geeft aan de faculteit van diverse modeprogramma’s in New York en de schrijfster is van ‘Silk for the Feed Dogs’, een roman die zich afspeelt in de internationale mode-industrie.

Modeontwerpers in de schaduw van geliefde voorgangers In de maand augustus focust FashionUnited op het thema werken in de mode. Voor alle Work in fashion reads, klik hier.

Beeld: Pitti Immagine. Credit: Vanni Bassetti, Givenchy Fall campaign 2015 and David Casavant Facebook