“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

Wie door de gangpaden van Modefabriek loopt, voelt het meteen. Er zijn veel mensen op de been, en hun gezichten stralen van optimisme. Bij vrijwel iedere stand staat een trotse standhouder, de stands zijn rijkelijk gedecoreerd en er zijn hapjes in overvloed. Bezoekers worden constant geprikkeld door catwalkshows, opvallende stands, presentaties en exposities. Meer dan ooit is de creativiteit van het evenement voelbaar. Kortom, Modefabriek bruist.

“Deze Modefabriek is meer dan mode - het gaat om inspiratie, creativiteit, business, plezier, het komt allemaal samen. Ik vind het een mooie editie,” zegt COO van Modefabriek Joke van der Wijngaart. “De sfeer is goed en er heerst een positieve vibe. Ik focus me niet op aantallen, maar de beurs is goed gevuld. Zowel de beursvloer als de gangpaden.” Ze stelt dat er ‘meer beweging in de stands zit’. “Eerst was het stand, collectie, en verkopen. Nu voegen merken een beleving toe, bijvoorbeeld door de groene aankleding van de stand, barista’s of een samenwerking met een bekende Nederlander.”

“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

De grootste wijziging tijdens Modefabriek is het verdwijnen van het duurzame Mint in segment D. Voor de COO is het een logisch gevolg; de beurs verandert namelijk iedere editie en ontwikkelt zich ieder halfjaar verder. “Labels van Mint hadden zelf aangegeven dat ze niet meer als apart onderdeel gepresenteerd wilden worden. Er wordt nog steeds aandacht besteed aan duurzaamheid, maar niet meer in een separate groep.” Het bewustzijn van de ondernemer en modeprofessional is iets ‘waar je niet omheen kan’, vindt Van der Wijngaart. Daarnaast zijn de jonge modelabels van Mint inmiddels ook ‘volwassener’ geworden. “Veel labels van Mint zijn hier nu ook met een eigen stand.”

De ruimte in segment D heeft een andere invulling gekregen en wordt nu opgevuld de Learn- en Shop-segmenten. Ook is de Winterschool weer van de partij, na het grote succes van Summerschool bij de vorige editie in juli, tevens zijn de Experts talks en MF Talks weer terug (onderdeel van MF Academy,red.). Van der Wijngaart: “Die waren een groot succes vorige keer. Dit keer gaat het om digitaal en online.” Ze voegt toe: “Als je al heel lang een business hebt, maar nog niet weet hoe je je online moet profileren, dan kan je met experts spreken. Uiteindelijk wil je een goede ondernemer zijn en wij bieden die 360 graden.”

“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

Duurzame labels zonder Mint op Modefabriek

Een van de nieuwkomers die voorheen op Mint stond is Miss Green in segment B. “We waren daar een grote ‘groene’ familie,” vertelt creative director Maaike Groen. Ze stonden al vier keer op Mint. “Mint was perfect voor ons, want dan had je meteen de ‘groene’ winkeliers te pakken.” De nieuwe vorm, waarbij groene labels onderdeel zijn van de hele beurs, bevalt haar goed. “Je merkt dat mensen er nu meer open voor staan. Vaste klanten vinden ons makkelijk, en conventionele winkels herkennen ons ook. Dat had ik niet verwacht. Mensen zijn niet verbaasd dat we hier staan.” Ze ziet meer aanloop dan eerder, maar die ‘kan ook nog omhoog’. Er zijn al nieuwe nieuwe orders geschreven vandaag, en zijn er veel geïnteresseerden langs geweest.

“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

Rhumaa is ook een duurzaam label dat voorheen bij Mint hoorde. Nu is het driejarige merk in segment C te vinden. CEO Daniel Beernik vindt het jammer dat Mint niet meer bestaat. “Daar was je samen met elkaar iets aan het neerzetten. Maar het klopt dat de labels ook volwassen worden. En duurzaamheid moet gewoon mainstream worden.” “Ik mis de gezelligheid van Mint ook wel,” erkent Maaike Groen van Miss Green. “Het voelde altijd als een beetje ‘wij tegen de rest’. Iemand merkte op dat ons label minder schreeuwerig is vanwege de duurzame productie, en dat maakt dat het moeilijk is om je te onderscheiden van andere labels. In de vijver van Mint was dat makkelijker.” Ze loopt nog steeds vaak even naar de andere oude Mint-labels. Ze vindt het fijn dat een aantal ex-Mint labels bij elkaar staan, dan hebben ze nog support aan elkaar. “Dat is verstandig, dan kan je nog eens naar elkaar verwijzen. Als groepje blijf je beter zichtbaar, in je eentje is nog best lastig.” “Vroeger kwam het publiek speciaal naar je toe omdat je bij Mint zat. Dat is niet meer zo,” vult account manager Jorg Harms van Rhumaa aan.

“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

Het is ook druk bij label Blue Concept in segment A. Het is een nieuw label, dat zich als duurzaam en high end denim merk in de markt wil zetten. De eerste collectie hangt in de stand, evenals een unieke samenwerkingscollectie met David Laport en dj Nicky Romero. In de stand van Blue Concept staat ook de stralende ontwerper Jonathan Christopher, die pas vorige week zijn contract tekende bij het label. “We kijken naar de impact van denim op het milieu en hoe we daar als merk iets aan kunnen doen, en hoe we dat tegelijkertijd premium kunnen doen. Daarnaast doen we aan veel samenwerkingen met kunstenaars, dj’s en fotografen,” aldus de ontwerper. Christopher (die eerder de Global Denim Awards won en een denim collectie voor de Woolmark Prize wedstrijd ontwierp, red) gaat de vaste collectie voor het merk ontwerpen, terwijl David Laport betrokken is bij de capsule collecties. Het is de eerste dag dat het label zich presenteert, en het is er goed druk. Dat komt vooral door de benadering van denim, zegt Christopher. “Nieuwe milieuvriendelijke wassingen; op een andere manier naar denim kijken. Wij hebben een lijn broeken, waarbij het waterpercentage tijdens de productie met 70 tot 100 procent is gereduceerd,” aldus Christopher. “Duurzaamheid moet gewoon normaal worden.”

“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

Duurzaamheid en groene stands op Modefabriek

Of een label nu duurzaam is of niet; bijna elk merk was wel met ‘groen zijn’ bezig. Opvallend veel stands hebben uitgepakt met grote planten, bloemen en andere natuurlijke decoraties. Een van de meest opvallende stands is die van jassenmerk Giacomo (opvolger van Eddy’s Jackets, red.), waar grote diep paarse orchideeën boven de stands hangen. “Ik doe altijd iets bijzonders, ik hou van theater. Als je iets doet, moet je het goed doen,” vindt directeur Eddy Netten. Het was een drukke dag voor hem, tussen half 11 tot 4 uur stond de stand vol. “Ik heb bezoekers gehad, die komen vooral op ons af omdat ze de stand zo aantrekkelijk vinden met die bloemen. Die worden dan wel mooi nieuwe klant bij ons.” Orchideeën vindt hij de mooiste bloemen (“ik heb zelf witte op kantoor staan”) en ‘deze grote diep paarse orchideeën hebben iets bijzonders’. Hij kende iemand die een bedrijf heeft en stands aankleedt met bloemen, die het heeft gerealiseerd. Goedkoop was het allemaal niet. “De bloemen kostten al 3.000 euro om ze op te hangen. Al met al kost een stand bij elkaar zo’n 25.000 euro,” aldus Netten. Toch doet hij het graag, want er komen per beurs 20 tot 30 nieuwe klanten bij. “Je moet investeren, je kan niet alleen maar verdienen. Je moet het goed doen of niet.”

“Duurzaamheid moet gewoon normaal worden op de Modefabriek”

Garcia Jeans krijgt ook veel aandacht door de opvallend groene stand. Als een van de weinige labels kreeg het merk twee stands op de beurs; de grote stand in segment A, bij de trendmerken, en een kleinere stand in segment B, waar denim labels zitten. De grote stand pakt uit met verschillende muren vol planten, en in de kleine stand zijn de rekken voorzien van veel verschillend gekleurde bloemen. “Het gebruik van bloemen en planten is een grote trend. Het versterkt emotie,” licht visual merchandise coördinator van Garcia Jeans Kelly Siebrecht toe. “Bloemen tillen de collectie naar een next level. De sfeer die we met planten en bloemen in de ruimte creëren maakt de collectie af. Mensen worden er relaxed van en voelen zich thuis. En natuurlijk denkt iedereen aan een duurzamere samenleving. Garcia Jeans is daar ook mee bezig.” Op elke beurs gebruiken ze bloemen bij hun beurs. Ook in Panorama in Berlijn bijvoorbeeld, waar ze een raster van groen hadden gemaakt. “Je ziet in onze stand altijd hout, staal en groen.” Opvallend is dat de groene muur uit de grote stand in segment A al meerdere keren verhuisd is. “Drie dagen geleden stond de plantenmuur nog op Panorama Berlijn, en straks gaat ‘ie naar CIFF in Kopenhagen. Die verpakken we zo dat ie kan meeverhuizen. Als de muur straks terug komt naar kantoor delen we de planten uit aan het personeel. Het mos gaat straks naar een winkel in België, waar het onderdeel wordt van een negen meter lange etalage.”

Ieder merk is op zoek naar een succesvolle formule voor de stand, legt Siebrecht uit. “Klanten zoeken steeds meer naar een totaalervaring. Dit is een makkelijke manier om een extra gevoel te creëren bij een collectie. Maar je kunt het ook met licht, geur of kleur doen. Veel retailers doen iets met parfum bijvoorbeeld. Iedere retailer zoekt naar de succesfactor.”

Beeld: FashionUnited